Menu

Patiënten via een ‘groen voorschrift’ aanzetten om vaker de natuur te bezoeken, is effectief, haalbaar en wordt positief ervaren. Dat blijkt uit een kleinschalig onderzoek in twee praktijken.

Belgische huisartsen staan toenemend onder druk. Enerzijds is er de vergrijzing en multiculturaliteit door migratie en anderzijds is er een daling van het aantal huisartsen. De wetenschappelijke en technologische vooruitgang brengen opportuniteiten maar ook inspanningen met zich mee.

Door de antiretrovirale therapie is een hiv-infectie een chronische ziekte geworden. Wegens de gestegen levensverwachting neemt echter ook het aantal comorbiditeiten toe. Als gevolg van de nagenoeg ongewijzigde incidentie stijgt bovendien het aantal patiënten in de aidsreferentiecentra elk jaar. Een gestructureerde samenwerking met de eerste lijn dringt zich dan ook op. Vlaamse huisartsen zijn gemotiveerd om hiv-patiënten op te volgen, maar er is nood aan meer kennis, een samenwerkingsprotocol en betere communicatie tussen huisarts en aidsreferentiecentra. Enkele studies uit 1995 en 1998 geven...

Hoewel kindermishandeling frequent voorkomt in Vlaanderen, gebeurt slechts 2,3% van de meldingen door de huisarts. De nieuwe Domus Medica-richtlijn Kindermishandeling, die u bij dit nummer vindt, wil de huisarts helpen in het herkennen van de signalen en een leidraad bieden voor de aanpak hiervan. De auteurs pleiten ook voor meer interdisciplinair overleg en een gedeelde aanpak door samenwerking met meerdere hulpverleners aan te gaan.

Voor verwijzende artsen is het ondoenlijk geworden om radiologiebeelden zelf te interpreteren. Daarom worden niet de beelden zelf maar wel het radiologieverslag als eindproduct van de radiologie beschouwd. Vreemd genoeg is dit verslag niet mee geëvolueerd.

Voor de eerste maal hebben Domus Medica en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) samengewerkt aan de nieuwe richtlijn ‘Hormonale anticonceptie’. Het is een leerrijke maar ook moeilijke oefening geworden.

Een evidence-based klinische aanbeveling ‘Anticonceptie’ werd ontwikkeld en verdeeld onder alle Vlaamse huisartsen in België met als doel de kwaliteit van het eerste anticonceptieconsult te verbeteren. In dit onderzoek wilden we de doeltreffendheid van twee strategieën vergelijken die gebruikt worden bij de implementatie van de aanbeveling ‘Anticonceptie’.

In 2005 waren er volgens de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid 21804 huisartsen ingeschreven in België. Slechts een goede helft (53%) van hen heeft effectief een praktijk in het kader van de ziekteverzekering. Tussen 2002 en 2005 daalde het aantal praktiserende huisartsen (geaccrediteerde artsen) met 7%. Verder werd 25,5% van de quota voor het contingent huisartsen in 2006, niet ingevuld.

In de ontwikkeling van een aanbeveling is er een onmisbare en belangrijke fase: de toetsing door de eindgebruiker of huisarts voor validatie en publicatie. Deze toetsing, die ook internationaal gevraagd wordt, gebeurt in Vlaanderen goed voorbereid, zeker in vergelijking met andere landen. Meestal gaat het om interactieve Lok-toetsingen waarbij de aanwezige artsen nagaan of de aanbeveling ook haalbaar en toepasbaar is in de praktijk.

In dit deelonderzoek in Antwerpse huisartsenpraktijken werd nagegaan wie de noodpil gebruikt en waarom. Noodpilgebruiksters bleken een heterogene groep te zijn wat leeftijd, opleidingsniveau en etniciteit betreft. Wel was er een duidelijke associatie tussen noodpilgebruik en een chlamydia-infectie. Het lijkt erop dat vrouwen die in het verleden onveilig vrijgedrag vertoonden, dit blijven doen en daarmee een verhoogd risico op een soa lopen. Er is dus ook nood aan een goede counseling door de huisarts over contraceptie en preventie van soa.