Menu

Hoe kunnen hulpverleners mensen met seksuele functiestoornissen beter helpen? In een eerste deel wordt ingegaan op seksuele diversiteit (homoseksualiteit en culturele diversiteit) en op de diagnostiek van seksuele problemen.

Dit vlot geschreven boekje is een uitnodiging om even stil te staan in ons stressvol leven en aandacht te besteden aan de balans tussen onze draagkracht en draaglast. De auteur Els De Rijck is arts-hygiënist in de jeugdgezondheidszorg en actief in de preventie.

Bij opvoedingsproblemen hebben ouders vaak een gevoel van mislukking, van tekortkomen, of een schuldgevoel omdat ze weinig beschikbaar zijn voor hun kinderen. De huisarts lijkt dan soms iemand die het allemaal weet, die beschikt over de waarheid of die de oplossing kent. Maar is de huisarts wel een pasklare supernanny? In dit artikel worden een aantal handvatten aangereikt die de huisarts helpen om de pedagogische competenties van ouders te verhogen en hen vooral terug vertrouwen te geven. Op die manier moedigen ze ouders, kinderen en adolescenten aan om zelf hun bouwsel te leren stutten.

Ziekte of een chirurgische ingreep maakt soms dat de seksualiteitsbeleving van de patiënt en zijn/haar partner sterk verandert. Zowel somatische als psychologische factoren kunnen hieraan ten grondslag liggen. In het specifieke geval van de aanleg van een stoma is die verandering dikwijls heel drastisch. De patiënt voelt zich niet meer aantrekkelijk en kan hinder ondervinden van de operatie. Als huisarts de seksualiteit zelf ter sprake brengen is dan de eerste stap in de goede richting.

Anticonceptie is een belangrijk, maar ook ingewikkeld terrein voor de huisarts. Bij het afleveren van het voorschrift dient de arts rekening te houden met de indicatiestelling, voorlichting en opvolging.

Op algemene aanvraag krijgt de rubriek “Huisartsen Praktijk” dit jaar wat meer aandacht. Het VHI-VHNI-project “Omgaan met seksualiteit en anticonceptie" stelt maandelijks met de hulp van verschillende auteurs een casus voor, waarbij de lezer zijn houding tegenover problemen in verband met seksualiteit, anticonceptie en soa kan bepalen. Een tweede reeks, de kennistoets, brengt in elk nummer enkele praktische weetjes. Test uzelf en vindt de antwoorden op blz. 27 en 28.

Opvliegers en overmatig transpireren tijdens de overgang is voor veel vrouwen doorslaggevend om een hormoonbehandeling te starten. Weinigen houden de behandeling echter langere tijd vol. Wat doet hen stoppen? Bezorgdheid om kanker; bijwerkingen, gewichtstoename, .. ? Of spelen veeleer sociaal-demografische factoren hierin een rol? Staan vrou­wen in de overgang wel voldoende stil bij de preventieve aspecten op lan­gere termijn van een hormoonbehandeling? Om na te gaan welke facto­ren uiteindelijk bepalend zijn om een hormoontherapie te continueren, werd een vragenlijst aan een groep Vlaamse en...

Voor de samenwerking huisarts-psycholoog ontstaat steeds meer interesse. Een aantal misverstanden en vooroordelen moeten echter eerst uit de wereld geholpen worden. Een medisch-psychologische samenwerking biedt immers heel wat mogelijkheden, en niet in het minst op het gebied van de huisartsengeneeskundige opleiding, research, en samenwerking met de tweede lijn, maar ook wat betreft de patiënt die er als belangrijkste opponent baat bij vindt. Via vier basisopties is een waardevolle samenwerking tussen huisarts en psycholoog mogelijk.

Anticonceptie is in ieder geval een boeiend thema dat de huisartsenpraktijk verrijkt. Het fungeert als "mind-opener": een anticonceptieconsult beperkt zich niet tot de vraag om een voorschrift. Het anticonceptieconsult confronteert de huisarts met een waaier van nieuwe gevoelens.

Op 21-22 maart 1991 ging in ‘s Hertogenbosch de First International Conference on Primary Care Obstetrics and Perinatal Health door.