Menu

De ‘surprise question’ bleek in dit praktijkproject een haalbare methode om een lijst met patiënten te bekomen met wie de arts kan praten over vroegtijdige zorgplanning. Ook het voeren van ACP-gesprek (Advanced Care Planning) verbeterde de communicatie hierover.

‘Online on-the-spot’ of kortweg OOS is het zoeken op internet in een aantal EBM-databanken naar een antwoord op een vraag in aanwezigheid van de patiënt tijdens de consultatie.

Een 60-jarige vrouw met paroxismaal atriumfibrilleren krijgt van haar cardioloog anti-aritmica voorgeschreven. Omdat ze hiervan nog meer hartkloppingen krijgt, staakt de patiënte zelf de medicatie. Wat moet je als huisarts dan doen? Wij kozen ervoor om via de PICO-methode na te gaan hoe evidence-based de beslissing van de cardioloog was. Uiteindelijk bleken de wetenschappelijke argumenten te weinig overtuigend om de behandeling voort te zetten en werd in overleg met de patiënt én de cardioloog een alternatief gezocht.

Hoe kunnen risicopatiënten beter bereikt worden om zich te laten vaccineren tegen griep? Dit was het uitgangspunt van een eenvoudige RCT in een Vlaamse groepspraktijk, waarbij twee strategieën met elkaar werden vergeleken. De voorgestelde aanpak van de Domus Medica-aanbeveling ‘Preventie van influenza’ – die pragmatischer is en in fasen verloopt – behaalde het beste resultaat. Maar hebben de huisartsen de bijkomende tijdsinvestering hier wel voor over?

Zijn thiazidediuretica eerste keus in de behandeling van jonge hypertensiepatiënten? Volgens sommige studies niet, omdat ze metabole neveneffecten zouden hebben op langere termijn. Zijn andere antihypertensiva dan te verkiezen? Aan de hand van de PICO-methode zochten we in de literatuur naar duidelijke antwoorden.

De rode draad doorheen deze casusreeks is de zoektocht naar een individueel aangepast beleid voor vijf herkenbare patiënten die met lagerugpijn consulteren in de huisartsenpraktijk. Richtlijnen, maar ook andere, minder voor de hand liggende informatiebronnen, geven niet voor iedere individuele patiënt een duidelijk antwoord. Zeker wat de niet-medicamenteuze aanbevelingen betreft, bestaat er weinig eenduidigheid.

Aanbevelingen voor goede medische praktijk zijn richtinggevend als ondersteuning en houvast bij het nemen van diagnostische of therapeutische beslissingen in de huisartsengeneeskunde. Zij vatten voor de huisarts samen wat voor de gemiddelde patiënt wetenschappelijk gezien het beste beleid is. Daarnaast is er de agenda van de patiënt, die een gelijkwaardige partner is bij het nemen van beslissingen. Daarom moet door een heldere communicatie de vraag van de patiënt voor de huisarts duidelijk zijn en moet de huisarts de patiënt voldoende informeren over alle aspecten van de verschillende...

We ontvingen een lezersreactie van Dirk Van Duppen op het artikel ‘Hoge prevalentie van mentale stoornissen in de eerste lijn’ dat in Huisarts Nu 2006;9:499-505 is verschenen. Wij publiceren ze hier samen met een antwoord van de auteurs van het artikel.

Huisartsen in beroepsopleiding ervaren weleens een sterke nood aan adequate ondersteuning bij de evaluatie en behandeling van een ziek kind. De literatuur nakijken kan helpen, maar niet altijd. Dokter Peter Leysen, eerste auteur van dit artikel en huisarts in beroepsopleiding te Deurne (Antwerpen), ondervond aan den lijve hoe richtlijnen elkaar soms tegenspreken. Dit kan voor heel wat verwarring zorgen, zowel bij artsen als bij patiënten. Hij greep dit voorval aan om er een artikel over te schrijven.