Menu

De voorbije twintig jaar is het bewustzijn gegroeid dat de zorg rond het levenseinde beter kan. Palliatieve zorg heeft dan ook (gelukkig maar) een duidelijke vooruitgang geboekt, samen met de ontwikkeling van initiatieven van vroegtijdige zorgplanning.

Een wetenschappelijk artikel over ‘stripverhalen’ in één van de belangrijkste Engelstalige medische tijdschriften? Het kan! In de British Medical Journal was onlangs een dergelijk artikel in de rubriek ‘analysis’ terug te vinden.

De controverse over het nut van prostaatkankerscreening werd recent nog in deze rubriek besproken. Hieruit bleek dat het raadzaam is om de patiënt die ons een ‘PSAtest’ vraagt, te wijzen op het eerder bescheiden effect op de mortaliteit van zulke screening.

Moeheid is een lastige klacht. Lastig voor de patiënt want die lijdt eronder en lastig voor huisartsen, want die hebben zelden een pasklare diagnose, laat staan een pasklare oplossing bij de hand. Bovendien komt de klacht vaak voor.

In onze huisartsenpraktijk zien we redelijk wat patiënten met huidaandoeningen, maar staan we er niet altijd bij stil welke weerslag deze klachten voor de betrokkenen kunnen hebben.

Een goede wederzijdse communicatie tussen huisarts en specialist is belangrijk om ervoor te zorgen dat patiënten de juiste zorgen op het juiste moment krijgen. Deze communicatie gebeurt hoofdzakelijk via telefoon, briefwisseling en meer recent via e-mail.

De huisarts wordt vaak geconfronteerd met onduidelijkheid over de diagnose, de prognose en het ziekteverloop bij kankerpatiënten. De arts-patiëntcommunicatie, die recent steeds meer aandacht krijgt, wordt door deze informatie van de huisarts beïnvloed.

Nogal wat artsen gaan er in hun communicatie met patiënten (onbewust) vanuit dat deze over een zekere basiskennis van het menselijke lichaam en van de orgaanfuncties beschikken. Maar artsen blijken hun patiënten hierin te overschatten en dit verstoort de communicatie, wat onder meer een negatief effect blijkt te hebben op de patiëntentevredenheid en op het getrouw opvolgen van het voorgestelde beleid.

Internationaal streeft men al een hele tijd naar minder en beter antibioticagebruik in de aanpak van lageluchtweginfecties. Ook Vlaams huisartsgeneeskundig onderzoek heeft hiertoe bijgedragen. Hierover werd trouwens in dit tijdschrift al eerder gerapporteerd.

We zien vaak patiënten die zich presenteren met moeheid als belangrijkste klacht. Vaak kunnen we bij hen geen duidelijke verklarende of vergezellende aandoening vaststellen en vele van deze patiënten zullen voor dezelfde klacht niet nog eens bij ons terugkeren.