Menu

Dementie wordt door velen herleid tot “geheugenstoornissen”. Nochtans zijn er nog andere tekens die al in een veel vroeger stadium op het syndroom wijzen. Stoornissen in het dagelijks functioneren en gestoord emotioneel gedrag worden vaak vroeg door de familie opgemerkt, maar even vaak door de huisarts genegeerd. Onderstaand onderzoek brengt familieleden en professionele hulpverleners samen om de vroege tekens van het dementiesyndroom te achterhalen.

De Reflotron biedt de huisarts nieuwe mogelijkheden om zelf bloed te onderzoeken. Het toestel laat toe om onmiddellijk klinisch belangrijke parameters te bekomen. Om de bruikbaarheid ervan na te gaan, werd het in een twintigtal praktijken getest. Tegelijkertijd werd onderzocht of het gebruik van de Reflotron een invloed heeft op het aantal laboratoriumaanvragen.

In de mei-editie verscheen het eerste deel van het onderzoek naar de zorgenvraag van de allochtone bevolking bij de huisarts. Dit tweede deel geeft de resultaten van het onderzoek dat door de auteurs zelf werd opgezet. Dat Marokkanen en Turken de huisarts minder consulteren dan de autochtone bevolking, wordt opnieuw bevestigd. Ook de consultfrequentie, het voorafgaand ziektegedrag en de ziektes zelf zijn verschillend tussen de etnische bevolkingsgroepen. Hoe de overheid de gezondheidsdiensten toegankelijker kan maken en hoe de huisartsenopleiding kan worden aangepast, kom t eveneens aan bod.

Marokkanen en Turken doen in ons land minder beroep op de huisarts dan de autochtone bevolking. Ze vertonen ook een ander klachtenpatroon; vooral de Marokkaanse bevolkingsgroep komt op consultatie omwille van welzijns- en sociale problemen. Inpassingsproblemen in onze maatschappij worden daarbij steeds belangrijker. Deze en andere bevindingen zijn het resultaat van een grondige literatuurstudie door de artsen De Muynck en Schillemans. De resultaten van een eigen onderzoek verschijnen in de volgende editie van Huisarts Nu.

Een netwerk van 122 huisartsen peilde naar het aantal zelfmoorden en pogingen daartoe in ons land. De gegevens werden verzameld voor de periode 1990-1991. Op basis van deze registraties kan het jaarlijks aantal zelfmoorden op 2.280 worden geschat; voor pogingen tot zelfmoord bedraagt dit aantal bijna 13.000. De incidentie van zelfmoord en zelfmoordpogingen samen is hiermee bijna drie keer zo groot als die in Nederland.

Sinds 1977 is het slaapmiddel Halcion® verkrijgbaar op de Belgische markt. Eind 1991 leidde het Engelse "Halcion®-schandaal" ertoe dat het van de markt werd genomen. Een aantal artsen besloot daarom het gebruik van Halcion® bij hun patiënten af te bouwen. Dit lukte grotendeels, maar de meerderheid van de patiënten schakelde wel op een ander slaapmiddel over. Uitgebreider onderzoek zal moeten uitwijzen hoe patiënten bij de verdere afbouw kunnen worden geholpen. Dat er alleszins mogelijkheden zijn, toont onderstaande studie.

De klinische bloeddrukmeting op het consultatieuur van de arts blijkt belangrijke tekortkomingen te vertonen, te wijten aan de meetmethode. Grote schommelingen blijven verborgen en de prognose van de individuele patiënt wordt niet zichtbaar. Geven de nieuwe meettechnieken en de thuismetingen door de patiënt zelf nauwkeuriger resultaten?

Het prenataal gezondheidsgedrag van Marokkaanse en Turkse migrantenvrouwen is suboptimaal: ze melden zich later aan en consulteren minder frequent dan autochtone vrouwen. Tevens is hun prenatale zorgenvraag minder regelmatig. Dit werd in Vlaanderen door verscheidene auteurs vastgesteld. Welk is nu de rol van de interactie hulpverlener-patiënte in het prenataal consultatiegedrag en hoe kan de prenatale zorgverstrekking worden verbeterd. Een door De Munck e.a. uitgevoerde studie formuleert op deze vragen een antwoord.

De grens tussen incest en seksueel geweld is moeilijk te trekken. Tussen het extreme zwijgen en de extreme woordenvloed van de slachtoffers is het voor de hulpverlener vaak moeilijk schipperen. De wetenschap is niet altijd bij machte op onze vragen of die van onze patiënten een antwoord te formuleren. Bijgaand artikel gaat op zoek naar een hypothese die in de praktijk praktisch bruikbaar zou kunnen zijn, maar laat nog heel wat vragen open. Zowel de methode als de resultaten bieden voer voor overpeinzingen.

Huisartsen trachtten reeds verschillende keren, zonder veel succes, de preventiekaart in hun dagelijkse praktijk te verankeren. De redenen voor het falen bleven tot nu toe onduidelijk. Hypothesen voor dit falen formuleren, bleek evenmin vanzelfsprekend. Niettemin legde een groep huisartsen zich hierop toe en slaagden zij door toepassing van een inductieve onderzoeksmethode hierin. Methodisch Werken komt hierbij duidelijk om de hoek kijken, maar wordt ook op zijn kop gezet...