Menu

Over het geneesmiddelengebruik in Vlaamse rusthuizen werd tot nu toe weinig onderzoek verricht. Hoe hoog ligt het verbruik per resident, en hebben de bejaarden zelf nog enige autonomie bij het beheer van hun medicatie? Distributiesysteem, rol van het verplegend personeel, voorschrijvende instantie, kennis bij de residenten over de verstrekte medicatie, inname-controle enzovoort komen in de studie van R. Vander Stichele et al. aan bod. Uit de enquête blijkt alvast dat plaatselijke huisartsen vaak de medische begeleiding op zich nemen, zodat de meesten bij deze problematiek betrokken zijn.

Het kunnen meten van de gezondheidstoestand laat toe de geleverde zorgen te evalueren. Het ontwikkelen van een dergelijk meetinstrument is nochtans geen sinecure. Enkele artsen raapten echter de handschoen op. Hun onderzoek resulteerde in een vragenlijst bestaande uit vijf schalen waaruit een algemene gezondheidsindex kan worden afgeleid. Het instrument werd meteen toegepast om verschillen in de gezondheidstoestand tussen autochtonen en migranten te meten. De gebruiksvriendelijkheid en de beperkte kostprijs van het instrument laten de huisarts toe om ook zelf de gezondheidstoestand van zijn...

Op initiatief van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven werd door een aantal hulpverleners in samenwerking met slachtoffers van geweld een onderzoek verricht naar de hen geboden hulp en hoe die kan verbeteren. Dit resulteerde in een lijst met te stellen vragen die duidelijk maken of een slachtoffer na de geweldpleging specifieke hulp nodig heeft op psychisch gebied om blijvend letsel zoveel mogelijk te voorkomen. De onderzoekers slaagden er tevens in een tweede en een derde lijst samen te stellen enerzijds voor omstandigheden waarbij het slachtoffer extra hulp zou nodig hebben en...

Onder leiding van het Vlaams Huisartsen Instituut werd in vijf Europese landen onderzoek verricht naar preventie in de huisartsenpraktijk. Dit gaf soms verrassende resultaten. Zo wordt er overal weinig geloof gehecht aan rookstopadvies, terwijl dit juist een bewezen effect heeft. In Vlaanderen bleek de preventiekaart weinig te worden gebruikt. De aanpassing hiervan alsook een beter dossier- en tijdsbeheer zijn volgens dit onderzoek dringend nodig, wil de huisarts zijn taak inzake preventie beter opnemen.

In het kader van het 'Eurosentinel” project (zie kaderstuk) vond onlangs een internationale studie over de aanvraag van bloedtests in de huisartsenpraktijk plaats. Doel was na te gaan of er verschillen in testfrequentie bestaan tussen de landen onderling en welke factoren hierop een invloed uitoefenen: praktijkgrootte, praktijkduur, soort en lokalisatie van de praktijk, organisatie van de gezondheidszorg in het algemeen enzovoort.

Een schriftelijke enquête verricht aan al de Vlaamse universiteiten toonde dat vrij veel pas afgestudeerde huisartsen onvoldoende of zelfs geen enkele patiëntgerichte ervaring hebben met kankerpreventiemethodes. Zowel de voorlichtingsmethodes als het uitstrijkje of het rectaal toucher werden in de meeste gevallen te weinig geoefend. Uiteraard pleiten de auteurs dan ook voor een aanpassing van het opleidingsprogramma.

Welke rol vervult de huisarts in de prenatale begeleiding van Marokkaanse en Turkse migrantenvrouwen? In een studie, in samenwerking met Kind en Gezin, werd het prenataal consultatiegedrag van deze vrouwen onderzocht. Ook werd een vergelijking met de Belgische zwangeren gemaakt. Onderscheid in consultatiefrequentie evenals het blijvend belang van de huisarts in de prenatale begeleiding zijn de voornaamste resultaten.

De "kwaliteit van het leven" is een vrij nieuw begrip dat in de huisartsengeneeskunde meer en meer gehanteerd wordt als maat voor de 'benefit' of het 'totale voordeel' van een geneesmiddel. De begrippen tolerantie en efficaciteit van een behandeling dekken deze lading immers niet helemaal. Een meetinstrument voor deze “kwaliteit van het leven” is de Spitzer Quality of Life-lndex. Deze toont aan dat de “kwaliteit van het leven ” bij hypertensiepatiënten vrij goed ligt.

Het voorschrijven van geneesmiddelen krijgt in de International Classification of Primary Care (ICPC) de code “-50 ”. Hierin wordt vastgelegd wat de huisarts voorschrijft en wanneer. In dit onderzoek wordt nagegaan wat er precies in die -50-code zit: welke geneesmiddelen worden met welke frequentie voorgeschreven en hoe kan de samenhang tussen contactreden, diagnose en geneesmiddelenvoorschrift worden geanalyseerd? Wat is met andere woorden de kwaliteit van voorschrijf gedrag?

Wie van ons komt niet dikwijls met snijwonden bij kinderen, hoofdtrauma’s bij jongeren of bejaarden die ten val zijn gekomen, in aanraking? De huisarts, zoals uit dit artikel blijkt, is vaak degene die de ernst inschat en beslist of de patiënt thuis kan verzorgd worden, dan wel een opname nodig is. Maar wat is het belang van ongevallen in huis op het nationale vlak?