Menu

Enkele jaren geleden op de ‘Dag van de Huisarts’ zag ik tijdens de pauze alleen maar mensen die met elkaar druk in gesprek waren. Nergens meende ik een groepje te ontwaren waarin ik mij zou kunnen voegen. Uiteindelijk keerde ik naar het auditorium terug om het jongste nummer van Huisarts Nu te lezen.

De meeste mensen weten wel wat gezond is, maar slagen er niet in het vol te houden. Dit boek profileert zich net als géén dieetboek, maar wel als een handboek om inzicht te krijgen in het ‘waarom’ van het falen gezond te eten, om zich daar vervolgens tegen te wapenen. Het boek staat dan ook vol met handige tips en is een echt doeboek (met invulpagina’s!).

Een dame, al langer bekend in de praktijk, komt op het spreekuur voor hernieuwing van haar medicatie. De dokter neemt de tijd voor het klinisch onderzoek en stelt daarbij vast dat haar bloeddruk en gewicht zijn toegenomen. Na enkele raadgevingen over aanpassing van de levensstijl stelt hij haar voor om de dosering van de medicatie te verhogen en geeft haar ten slotte het voorschrift mee. Hierop begint de dame te huilen. Dat is een eerste casus in dit boek die om verduidelijking vraagt.

Dit boek, het nieuwste in de reeks ‘Kleine kwalen’, werd geschreven door huisartsen-in-opleiding. Het boek is bedoeld om zowel huisartsen, haio’s, gynaecologen als vroedvrouwen evidence based te ondersteunen in hun medisch beleid bij zwangeren.

Een huisartsgeneeskunde zonder antibiotica, lokale anesthetica of psychiatrie: vandaag kunnen we er ons amper een voorstelling van maken. Toch moesten artsen zich ruim een eeuw geleden behelpen zonder een arsenaal aan farmaca, zonder gedetailleerd diagnostisch potentieel en zonder een uitgebreid technisch instrumentarium.

Wanneer door de coronapandemie de wereld er straks anders zal uitzien en men over de periode voor en na zal spreken, dan lijkt het nu aangewezen om naar de gevolgen van vroegere epidemieën te kijken. Een wiskundig geïnspireerde reflectie kan daarbij een verfrissende kijk op deze epidemie werpen, waarmee iets gezegd is over de inhoud van twee boeken die onlangs zijn verschenen. Ondanks het feit dat elke epidemie ingebed ligt in een specifiek historisch kader, delen epidemieën immers structurele verwantschappen met elkaar.

Dit boek vat de conclusies samen van het doctoraatsonderzoek waarin de auteur de machtsbalans bestudeerd heeft tussen patiënt en huisarts in relatie tot gezondheidsinformatie via het web. Edgard Eeckman is sinds 2005 communicatiemanager van het Universitair Ziekenhuis Brussel en gastprofessor over ‘patient empowerment’ aan de Erasmushogeschool Brussel.

De Spaanse griep stak een op de drie mensen wereldwijd aan. Op enkele maanden tijd maakte deze griep een einde aan het leven van 2,5 tot 5 procent van de wereldbevolking.

Huisartsen zien veel chronische patiënten: neurologische patiënten, reumapatiënten, diabetici, mensen met migraine, CVS,… Voor elke diagnose hebben we een specifieke benadering en behandeling, en ook een specifiek beeld van hoe die mensen met hún ziekte in het leven staan aan de hand van wat ze met ons bespreken.

Geestelijke doden, defecte individuen, levende ballast: vandaag is het onvoorstelbaar dat er in zulke termen over mensen wordt gesproken. Was dat tijdens het interbellum anders? Onder toezicht van hooggeplaatste nazi’s joegen artsen duizenden zieken de dood in op weg naar een ‘gezond volkslichaam’.