Menu

Patiënten besmet met het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2) en lijdend aan COVID-19, worden empirisch behandeld met combinaties van geneesmiddelen waaronder oseltamivir. Voor deze aanpak is er nauwelijks evidentie gebaseerd op gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek.

Antivirale middelen worden zelden voorgeschreven in de Europese eerstelijnszorg voor griepachtige aandoeningen. Overheden hebben ze wel massaal aangekocht en gestockeerd ten tijde van de Mexicaanse griep, ook in België.

Acute hoest is een van de meest frequente redenen van contact in de eerste lijn. Het is aangetoond dat patiënten hiervoor met een antibioticum behandelen weinig tot geen effect heeft (ook niet bij patiënten met comorbiditeiten) en dat het meestal gaat om een zelflimiterende lage luchtweginfectie. Nochtans krijgt meer dan 50% van deze patiënten een antibioticum voorgeschreven.

Een lageluchtweginfectie (LLWI) is een van de meest voorkomende diagnoses. De meeste gevallen worden behandeld in de eerste lijn. Een uitgebreide diagnostische oppuntstelling voor alle patiënten is hier echter niet haalbaar en niet kosteneffectief. Daarom is het belangrijk te identificeren wie van de vele patiënten met tekenen van een LLWI vermoedelijk een ongewoon of langdurig ziekteverloop zal kennen.

In de eerste lijn worden antibiotica het meeste voorgeschreven voor acute hoest of een lageluchtweginfectie. Gebrekkige therapietrouw aan de voorgeschreven antibiotica vermindert echter de mogelijke gunstige effecten, verhoogt het aantal organismen resistent tegen antibiotica en verspilt middelen.

Acute hoest is een van de meest voorkomende redenen om een huisarts te raadplegen en om in de eerste lijn antibiotica voor te schrijven. Artsen vragen hun patiënten vaak naar de kleur van het sputum en hoe ziek ze zich voelen om hun beslissing te onderbouwen om al dan niet een antibioticum voor acute hoest voor te schrijven.

Richtlijnen worden ontwikkeld om niet-wetenschappelijk onderbouwde variatie in de zorg te verminderen. Richtlijnen voor de behandeling van infecties zouden clinici moeten helpen om antibiotica voor te schrijven aan die personen die er het meeste baat bij hebben en om meer eerstekeuzeantibiotica voor te schrijven in de hoop dat dit zou leiden tot betere zorg en minder risico's voor de patiënt, en de inperking van antibioticaresistentie.

Het doel van deze studie was in kaart te brengen hoe vaak huisartsen in verschillende Europese landen antibiotica voorschrijven voor acute hoest en welk effect dit heeft op het ziektebeloop.

Wij onderzochten het effect van een training in communicatieve vaardigheden en de C-reactief proteïne (CRP)-sneltest op het aantal antibioticumvoorschriften en het klinisch herstel van volwassen patiënten met een lageluchtweginfectie.

Vergelijken tussen landen is een belangrijke stimulus voor kwaliteitsbevordering. Dit geldt ook voor het antibioticagebruik. De hier beschreven set van indicatoren om de kwaliteit van het antibioticagebruik in de ambulante praktijk te beoordelen, stelt individuele landen in staat om hun positie ten opzichte van andere landen na te gaan en om het voorschrijven van antimicrobiële middelen te verbeteren.