Menu

In maart 2020 zorgde de start van de COVID-19-pandemie voor nooit eerder geziene logistieke en klinische uitdagingen. In België reageerde de huisartsgeneeskunde snel en ze reorganiseerde de eerstelijnszorg, ook tijdens de weekends.

In tegenstelling tot de meerwaarde die de subtypering van GDM heeft in het voorspellen van obstetrische/neonatale outcome, lijkt subtypering geen meerwaarde te bieden in het voorspellen van het toekomstige diabetesrisico. Strikte opvolging van de glucosetolerantie in de jaren na de zwangerschap blijft daarom noodzakelijk bij alle vrouwen met GDM, onafhankelijk van het subtype.

De ervaringen van patiënten die een waanstoornis doormaken, zijn complex op het vlak van inhoud en de aflijning tussen realiteit en waan. De bevindingen van deze studie kunnen een motivatie zijn om de huidige visie op waanstoornissen, zijnde een stoornis in de interpretatie van de realiteit, aan te passen. Een bredere visie op waanbeelden kan leiden tot een therapeutisch beleid met meer aandacht voor de beleving van de patiënten en voor de ingrijpende en langdurige impact van deze episodes.

Patiënten met een immuunstoornis, en vooral patiënten met een orgaantransplantatie, reageren minder goed op vaccinatie tegen COVID-19. Dat blijkt uit een recente meta-analyse van onderzoekers uit Singapore. Het is aangewezen om de vaccinatie van patiënten onder immuuntherapie nauwkeurig in te plannen op een moment dat het immuunsysteem hiervoor maximaal klaarstaat.

Actief stimulerend werk beschermt tegen dementie, vergelijkbaar met een aantal andere beschermende factoren zoals sport en laag alcoholgebruik. Dit vertaalt zich in een lagere concentratie van plasmaproteïnen die nadelig zijn voor de hersenen.

Deze studie toont dat er in een diverse stadspopulatie grote verschillen kunnen bestaan in cardiovasculair risico bij etnische en socio-economische subgroepen. In plaats van landen te classificeren als hoog- of laagrisico is het noodzakelijk deze subgroepen per land te identificeren en vervolgens preventief gerichter op te volgen.

Uit deze studie blijkt dat jongvolwassenen (18-24 jaar) het grootste risico lopen op toekomstige gewichts- en BMI-toename. Andere sociodemografische factoren hebben een zwakkere absolute en relatieve associatie met gewichtstoename. Jongvolwassenen lijken dus een belangrijke opportuniteit te vormen voor toekomstige preventiecampagnes tegen obesitas.

Extra aandacht voor alcoholgebruik en ondersteuning in gedragsverandering is belangrijk bij patiënten met voorkamerfibrillatie in de eerste lijn. Dit zou de kans op episodes van voorkamerfibrillatie en bijgevolg subjectief hinderlijke symptomen kunnen beïnvloeden.

Vermoedelijk leiden verhoogde oestrogeenlevels pre- en postmenopauzaal tot een lagere incidentie van dementie. Zo toonde deze meta-analyse aan dat een latere menopauze en langere reproductieduur geassocieerd zijn met een lager risico op dementie. Een latere menstruatieleeftijd was J-vormig geassocieerd met het risico op dementie. Prospectief onderzoek is vereist om het directe verband tussen pre- en postmenopauzale oestrogeenlevels en dementie aan te tonen.

De consumptie van dierlijke producten, voornamelijk bewerkt en onbewerkt vlees, heeft een negatieve impact op onze gezondheid en op het klimaat. In rijkere regio’s, zoals in België, wordt te veel dierlijk voedsel geconsumeerd. In andere, veelal armere landen te weinig. Het minderen van onze consumptie van dierlijk voedsel zal positieve effecten hebben zowel op het klimaat als op onze gezondheid.