Menu

Dit grootschalig registeronderzoek benadrukt de noodzaak van een nauwkeurige medische opvolging tijdens de volwassen levensloop van patiënten die gediagnosticeerd werden met ADHD. Personen met ADHD hadden meer risico op aandoeningen van het centrale zenuwstelsel en op respiratoire aandoeningen. De gevonden associaties zijn echter eerder conservatieve schattingen van de realiteit.

Point-of-care PCR-tests zijn een betere keuze dan antigeentests voor de diagnostiek van chlamydia trachomatis; hun testeigenschappen zijn gunstig voor verschillende staaltypes. Ze zijn echter duur en dat beperkt momenteel hun bruikbaarheid in lage-inkomenslanden of bij beperkte middelen. De gerapporteerde resultaten zijn geldig in een diagnostische en niet in een screeningscontext.

Deze studie toont aan dat het aanspreken van toekomstige vaders op hun rookgedrag een effect kan hebben op rookstop of het verminderen van hun intensiteit van roken. Dit effect was dubbel zo uitgesproken indien dit gecombineerd werd met het meegeven van nicotinepleisters of kauwgom en de optie tot een afspraak in een rookstopcentrum. De zwangerschap van de partner kan dus een ideaal moment zijn om toekomstige vaders over de streep te trekken qua rookstop.

Deze studie toont een beperkt effect aan van een rookverbod in de wagen op het aantal ziekenhuisaanmeldingen wegens astmaopstoten of respiratoire infecties bij kinderen jonger dan vijf jaar. De daling van 1,49% komt echter overeen met een daling van zes aanmeldingen aan het ziekenhuis per jaar. Het blijft dus verder zoeken naar maatregelen om kinderen te beschermen tegen toxische inhalatiestoffen.

Staalafname en uitvoering van zelftesten voor SARS-CoV-2 zijn nauwkeurig én betrouwbaar om personen te identificeren die geen besmettelijke hoeveelheid virus in zich dragen. Enkel bij een oncontroleerbare groei van de epidemie (prevalentie >20%) is het aantal fout-negatieve testen te hoog.

Naast hittepieken kunnen ook ook temperatuurschom- melingen zorgen voor een toename van ziekenhuisopna- mes. Jonge en oude personen uit lagere socio-economi- sche klassen zijn hiervoor gevoeliger dan de gemiddelde populatie. Er wordt dan ook best extra aandacht aan hen besteed in periodes van grotere temperatuurverschillen.

Naarmate de zorgnood of kwetsbaarheid bij mensen groter is, blijkt de impact van het virus op hun gezondheid toe te nemen en dit door de afwezigheid van gepaste toegankelijke zorg. Een populatiegerichte aanpak is nodig is om deze toenemende (geestelijke) gezondheidsongelijkheid in te dijken.

De wijze van organisatie, vergoeding en evaluatie van eerstelijnsteams kan bijdragen aan de vermindering van de sociaaleconomische ongelijkheid in een patiënten­populatie. Pay for performance beïnvloedt de prestaties van de zorgteams, mildert mogelijk de ongelijkheid, maar heeft geen impact op de oorzaken van gezondheidsongelijkheid.

Op basis van deze studie kan geen uitspraak gedaan worden over het nut van een medicamenteuze behandeling bij asymptomatische carotisstenose versus heelkundige interventie. In het geval van een asymptomatische carotisstenose dient elke casus dus best overlegd te worden met de specialist. Zo kan samen met de patiënt de afweging gemaakt worden tussen de graad van de stenose en de mogelijke risico’s van de ingreep om deze te behandelen.

Plots staat PFAS (Poly- en perfluoralkylstoffen) als voorbeeld van een persistente organische polluent (POP) in de belangstelling als ‘forever chemical’. Voorbeelden van PFAS zijn GenX, PFOA (perfluoro octanoic acid) en PFOS (perfluoroctaansulfonaten).