Menu

Voorkamerfibrilleren (VKF) is een frequente aandoening die vooral de oudere patiënt treft: de helft van de patiënten met VKF is ouder dan 75 jaar. Meestal neemt de huisarts de zorg op zich voor deze patiënten. De vorige NHG-Standaard (2003) wordt in Vlaanderen dikwijls als referentie gebruikt voor zowel de praktijk als het onderwijs. De tekst is helder, goed onderbouwd en zeer praktijkgericht.

Voor de lezer is dit het eerste nummer van een nieuwe jaargang, voor de redactie is dit het resultaat van een project waar we al enkele maanden mee bezig zijn. Elk jaar proberen we als redactie één of twee nieuwe projecten te realiseren. Dit jaar zijn we misschien te ambitieus. We willen het project van dubbelpublicaties met Huisarts en Wetenschap verder vorm geven, we gaan verder met de rubriek ‘Kort Nieuws’ die vorig jaar 53 bijdragen had, daarnaast is de lay-out volledig vernieuwd en zijn er duidelijke afspraken om tot meer praktijkgerichte bijdragen te komen. De stoutmoedigste vernieuwing...

Prostaatkanker is in de rangschikking opgeklommen tot de meest voorkomende kanker bij mannen. Dit weegt, maar blijft relatief. De stijging is zeer recent: van 2% in 1990 tot 6% in 1998. Het populariseren van de PSA-test zal hieraan zeker niet vreemd zijn.

Huisarts en Wetenschap verzamelt in zijn bisnummer van mei vier onderzoeksartikels, samen met nog enkele bijdragen over depressie en de rol van de huisarts bij de zorg voor depressieve patiënten.

Klinisch geleide en nog moderner echografisch geleide injecties in peeszones waar men een ontsteking vermoedt, zijn dagelijkse praktijk. Goed gerandomiseerde klinische experimenten die deze praktijken ondersteunen, zijn eerder schaars en kwalitatief niet altijd overtuigend.

Negentig procent van de patiënten die door artsen voor een echografie worden verwezen met een vermoeden van DVT, heeft de ziekte helemaal niet. Nochtans is dit de juiste diagnostische strategie omdat het een potentieel levensbedreigende aandoening helpt uit te sluiten; 25% van de distale DVT’s (v. poplitea en hoger) geeft immers aanleiding tot levensbedreigende longembolen. Enige diagnostische ijver is dus aangewezen.

De vergrijzing zal niet alleen ons pensioenstelsel onder druk zetten, ook de kost die gepaard gaat met deze decompressie van de morbiditieit – langer leven is langer ziek zijn – zal de solidariteit tussen de generaties compromitteren. Het is dus alle hens aan dek om vooral de vermijdbare kosten in te perken. Een kans voor de apotheker?

Screening op anaeurysma aortae abdominalis (AAA) is in de literatuur al enkele jaren een interessant maar omstreden item. Voor de huisarts is het een zeldzame aandoening die soms zeer insidieus, soms zeer acuut verloopt met voor de patiënt een onzekere prognose. Echografie laat toe om patiënten met een AAA vroegtijdig op te sporen en eventueel op te volgen. Chirurgie biedt een betrouwbare behandeling.

Het gebeurt niet zo vaak dat een tijdschrift zoals de Annals of Internal Medicine zoveel aandacht besteedt aan een mispublicatie. Waarover gaat het? In 2003 werd een RCT gepubliceerd die de gastro-intestinale tolerantie en de effectiviteit van naproxen versus rofecoxib onderzocht. De trial liep over drie maanden en er was een beperkte medicatiestop bij patiënten die rofecoxib gebruikten. Deze RCT werd gepubliceerd in de Annals of Internal Medicine en passeerde dus probleemloos de reviewers en de redactie.

Dit editoriaal heeft niet de bedoeling om vraagtekens te plaatsen bij de aanbeveling ‘Depressie bij volwassenen’, integendeel. De aanbeveling op zich is een degelijk en prachtig werkstuk. Maar als huisarts mogen we niet voorbijgaan aan de intellectuele uitdaging om te reflecteren over de context waarin klachten en ziekten tot stand komen. Hiervoor is dit editoriaal een voorzet.