Menu

Huisartsen worden regelmatig geconfronteerd met dermatologische problemen. Uit morbiditeitsregistratie in Nederland en België blijkt dat ongeveer 10 à 12% van alle consultaties in de huisartsenpraktijk betrekking heeft op de huid. Deze rubriek wil een bijdrage leveren tot permanente navorming op het vlak van de diagnostiek bij dermatologische problemen. Aan de hand van een casus zullen telkens een aantal voor de huisarts relevante dermatologische problemen worden besproken. De nadruk ligt op het herkennen van een dermatologische aandoening aan de hand van anamnestische en klinische gegevens....

Is praktijkbezoek in Vlaanderen haalbaar? Dat was het uitgangspunt van een nieuw project binnen de WVVH. Uit de eerste resultaten blijkt dat het alleszins mogelijk is. De meeste artsen die aan het project deelnamen, reageerden enthousiast en gebruikten de kans om van elkaar te leren. Om te weten waar precies op te letten in andermans praktijk, werd een specifieke lijst of menu ontworpen. Deze wordt apart besproken.

Het Haemophylus type b-vaccin (HIB-vaccin) is sinds enkele maanden verkrijgbaar, maar tot nu toe niet opgenomen in het reguliere en terugbetaalde vaccinatieschema. Ook het initiatief om kinderen al of niet te vaccineren wordt aan de ouders of de behandelende arts overgelaten. Dit alles heeft een zeer disparaat en weinig uniform vaccinatiebeleid tot gevolg. De huisartsen stellen zich terecht vragen over dit beleid terwijl de overheid zich op de vlakte houdt.

In de toekomst zullen meer en meer huisartsen met het dementiesyndroom worden geconfronteerd. Met de toenemende veroudering van de bevolking zal dementie immers een belangrijk maatschappelijk probleem worden. Hoe kijken huisartsen momenteel tegen dit syndroom aan, en welke is hun huidige attitude met betrekking tot dit specifieke probleem? Mogen we nog spreken van de befaamde struisvogelpolitiek hieromtrent? Tien artsen werden hierover binnen een beschrijvend onderzoek uitgebreid geïnterviewd. Bevindingen en resultaten volgen hieronder.

Huisartsen worden regelmatig geconfronteerd met dermatologische problemen. Uit morbiditeitsregistratie in Nederland en België blijkt dat ongeveer 10 à 12% van alle consultaties in de huisartsenpraktijk betrekking heeft op de huid. Deze rubriek wil een bijdrage leveren tot permanente navorming op het vlak van de diagnostiek bij dermatologische problemen. Aan de hand van een casus zullen telkens een aantal voor de huisarts relevante dermatologische problemen worden besproken. De nadruk ligt op het herkennen van een dermatologische aandoening aan de hand van anamnestische en klinische gegevens.

Het bijhouden van medische dossiers, onder meer een deontologische plicht en een erkenningscriterium, is geen garantie dat de massa dossiergegevens met een zekere gretigheid verslonden en geactualiseerd worden. Met het oog op de verwerking van medische informatie wordt in deze bijdrage dieper ingegaan op een centrale rubriek uit het dossier, met name de probleemlijst. Aan de hand van een casus, het afgrenzen van de lijst met basisgegevens van de probleemlijst en een aantal praktische richtlijnen, tonen de auteurs het belang van deze lijst aan.

"Dokter, ik ben zo moe": een veelgehoorde klacht in de huisartsenpraktijk. Hoe behandelen? Afwachten, lichamelijk onderzoek of meteen labo-testen uitvoeren? Bij een duidelijke diagnose ligt de behandeling voor de hand. In 50% van de gevallen is de oorzaak echter niet zo éénduidig... Aan de hand van een casus wordt concreet nagegaan welke stappen de arts kan ondernemen.

Verhoogde bloeddruk is een frequente aandoening binnen de huisartsenpraktijk. Tenzij voor secundaire hypertensie stelt de huisarts zelfde behandeling in. Op welke valkuilen moet hij bedacht zijn en welke biochemische onderzoeken behoren in deze situatie tot zijn takenpakket?

België behoort met Italië en Zwitserland tot de centraal Europese landen waar groepspraktijk of gestructureerde samenwerking binnen de huisartsenpraktijken een minderheid vormt (zie ook het artikel van D. Campens, elders in dit nummer). Toch is er de laatste jaren ook in Vlaanderen heel wat samenwerking op gang gekomen en dit in de vorm van lokale kringwerking, wachtdienstgroepen en eerder individueel gemaakte af spraaksystemen. Het praktijkmodel aan de basis hiervan blijft echter de solopraktijk. Het lijkt alsof de beroepsgroep op eigen kracht niet verder kan, wil of durft.

Een grondig uitgewerkt associatiecontract, een degelijk huishoudelijk reglement, en een goede verstandhouding tussen de collegae zijn van primordiaal belang voor het slagen van een associatie. Dat het één het andere kan helpen bewerkstelligen, is duidelijk. De meeste kandidaat-samenwerkers vertrekken van een modelcontract dat ze naar hun specifieke situatie kneden. Wat in een contract en een huishoudelijk reglement moet staan, wordt in onderstaande tekst praktisch gerangschikt.