Menu

Wie een hoog gezondheidsrisico loopt, kan de motivatie verliezen in primaire preventie en zich overlaten aan secundaire preventie en de ‘credence good’-overbehandeling. Patiënten met een hoge socio-economische status (SES) kunnen beter de waarde van secundaire preventie inschatten en beschermen zich zo tegen deze overbehandeling. Patiënten met een lage SES zijn daarentegen minder goed geïnformeerd en hebben een hoger risico op overbehandeling.

Deze longitudinale klinische trial toont dat een jaarlijkse screeningsmammografie vanaf 40-41 jaar de borstkankermortaliteit doet dalen tot de leeftijd van 50 jaar. Niet alle factoren zijn bij de eindevaluatie in rekening gebracht, zodat het niet aangewezen is om op basis van deze studie het screeningsinterval van het bevolkingsonderzoek te wijzigen.

Op het eerste zicht lijkt een fysiek zwaar beroep de levensverwachting te verkorten, maar bij correctie voor factoren zoals niveau van opleiding, medische voorgeschiedenis, rookstatus, BMI en sportactiviteiten, blijkt net het tegenovergestelde. Door gegevens uit de Gezondheids­enquête te koppelen aan het overlijdensregister zou ook in België de impact van een zwaar beroep op de levensverwachting kunnen worden nagegaan.

Continuïteit in de zorg voor een patiënt is een belangrijke karakteristiek van de huisartsgeneeskunde. Zo is er de informatiecontinuïteit of de directe toegang tot alle relevante informatie over de patiënt. Daarnaast is er de longitudinale continuïteit die verschillende ziekte-episodes overspant. En ten slotte omvat continuïteit ook de persoonlijke arts-patiëntrelatie. Wat draagt deze langdurige relatie met een vaste huisarts bij aan de gezondheid van patiënten?

Deze observationele ‘real life studie’ toont duidelijk het beschermend effect aan van de vaccins van AstraZeneca en Pfizer tegen infecties met de deltavariant van SARS-CoV-2. Dit onderzoek geeft echter geen antwoord op de duur van deze bescherming na de laatste inenting.

Dit grootschalig registeronderzoek benadrukt de noodzaak van een nauwkeurige medische opvolging tijdens de volwassen levensloop van patiënten die gediagnosticeerd werden met ADHD. Personen met ADHD hadden meer risico op aandoeningen van het centrale zenuwstelsel en op respiratoire aandoeningen. De gevonden associaties zijn echter eerder conservatieve schattingen van de realiteit.

Point-of-care PCR-tests zijn een betere keuze dan antigeentests voor de diagnostiek van chlamydia trachomatis; hun testeigenschappen zijn gunstig voor verschillende staaltypes. Ze zijn echter duur en dat beperkt momenteel hun bruikbaarheid in lage-inkomenslanden of bij beperkte middelen. De gerapporteerde resultaten zijn geldig in een diagnostische en niet in een screeningscontext.

Deze studie toont aan dat het aanspreken van toekomstige vaders op hun rookgedrag een effect kan hebben op rookstop of het verminderen van hun intensiteit van roken. Dit effect was dubbel zo uitgesproken indien dit gecombineerd werd met het meegeven van nicotinepleisters of kauwgom en de optie tot een afspraak in een rookstopcentrum. De zwangerschap van de partner kan dus een ideaal moment zijn om toekomstige vaders over de streep te trekken qua rookstop.

Deze studie toont een beperkt effect aan van een rookverbod in de wagen op het aantal ziekenhuisaanmeldingen wegens astmaopstoten of respiratoire infecties bij kinderen jonger dan vijf jaar. De daling van 1,49% komt echter overeen met een daling van zes aanmeldingen aan het ziekenhuis per jaar. Het blijft dus verder zoeken naar maatregelen om kinderen te beschermen tegen toxische inhalatiestoffen.

Staalafname en uitvoering van zelftesten voor SARS-CoV-2 zijn nauwkeurig én betrouwbaar om personen te identificeren die geen besmettelijke hoeveelheid virus in zich dragen. Enkel bij een oncontroleerbare groei van de epidemie (prevalentie >20%) is het aantal fout-negatieve testen te hoog.