Menu

Screening in de eerste lijn naar een abdominaal aorta aneurysma bij patiënten tussen 65 en 75 jaar is haalbaar en nuttig. Wanneer geen abdominaal aorta aneurysma wordt vastgesteld, kan de patiënt bovendien levenslang gerust zijn.

De rol van huisartsen in de perinatale periode is ruim en verschilt sterk van praktijk tot praktijk. Huisartsen die aangeven geen zwangerschapsbegeleiding te doen, nemen toch vaak taken op.

Patiënten raadplegen de huisartsenwachtposten frequent voor niet-dringende medische zorgen. Dat zorgt voor een hogere werkdruk bij de artsen en oplopende wachttijden voor de patiënten. Bestaande triagesystemen, zoals 1733 en 112, verwijzen de patiënt naar de meest geschikte hulpverlener. Een online zelfevaluatie zoals de app ‘Moetiknaardedokter’ kan mogelijk voor een ontlasting van deze arbeidsintensieve en dure triagesystemen zorgen en resulteren in een efficiënter gebruik van de dienst spoedgevallen.

Het aantal patiënten die ingrepen en procedures ondergaan via een dagziekenhuis (of binnen de 24 uur na de ingreep het ziekenhuis verlaten), neemt gestaag toe. Dit heeft zijn weerslag op de zorgverlening buiten het ziekenhuis, zowel tijdens de preoperatieve periode, de perioperatieve periode (24 uur na de ingreep) als de postoperatieve periode (tot 30 dagen na de ingreep).

Een ‘uiterst prille medische abortus’ is een vrij nieuwe ontwikkeling in zwangerschapsafbrekingen en laat toe dat vrouwen een abortus kunnen hebben vanaf één dag overtijd of wanneer een zwangerschapstest positief blijkt.

Het absolute aantal van 18 000 zwangerschapsafbrekingen per jaar spreekt misschien tot de verbeelding, maar geeft geen inzicht in de evoluties en laat ook geen vergelijking toe met de situatie in andere landen.

Ook in Vlaanderen ervaren huisartsen en verpleegkundigen zorgsubstitutie als een meerwaarde: boeiend werk, ruimte voor authenticiteit en solidaire werkbelasting. Een gedeelde praktijkvisie, praktijkprotocollen en structureel overleg zijn doorslaggevend voor een goed georganiseerde zorgsubstitutie in de huisartsenpraktijk.

Wat gebeurt er als de verpleegkundige van de huisartsenpraktijk patiënten met chronische aandoeningen opvolgt? Wat is de invloed op de kwaliteit van zorg, (kosten)efficiëntie en consultatiefrequentie? En hoe ervaren patiënten en zorgverleners deze taakverandering? Dit praktijkonderzoek toont welke factoren bijdragen tot een succesvolle overdracht.

Samenwerking van diverse disciplines vangt de steeds complexere zorgnoden van een groeiende groep patiënten op. Deze samenwerking binnen een zorgteam is echter niet altijd evident. Vijf bouwstenen kunnen deze samenwerking ondersteunen: kennismaken, een zorgplan opstellen, reflectie en evaluatie, ethisch handelen en communicatie.

In 2020 daalde het aantal aangiftes van euthanasie voor het eerst: van 2444 gevallen in 2020 tegenover 2656 in 2019. Misschien is de verklaring deels te vinden in de coronacrisis, maar daarnaast is het niet ondenkbaar dat het assisenproces over de euthanasie van Tine Nys een impact heeft gehad. Zijn (LEIF)artsen terughoudender geworden?