Menu

Hoewel drugsgebruikers nog steeds een klein deel vormen van de patiëntenpopulatie van de huisarts, veroorzaken ze toch toenemende bezorgdheid. Hoe kan de huisarts het probleem "drugs" benaderen en wat is zijn/haar plaats in de opvang van verslaafden? In samenwerking met een gespecia­liseerd centrum blijkt de huisarts goed geplaatst en getraind om de begeleiding op zich te nemen en een soort "vaderlijk discours" met de verslaafde op te bouwen.

Empirisch onderzoek toonde reeds aan dat er verschillen zijn in de zorgvraag tussen allochtone en autochtone patiënten (zie Huisarts Nu 1993; 22 (6): 248-254). Maar zijn er ook verschillen in de al­lochtone bevolkingsgroep zelf? Voor Marokkanen bijvoorbeeld wordt zelden een onderscheid gemaakt tussen Berber en Arabieren. Nochtans verschillen beide etnische groepen op een aantal vlakken. Zo hebben Berberpatiënten een grotere preventieve zorgvraag, een actiever ziektegedrag, ze bezoeken meer religieuze genezers, melden zich later aan hij de huisarts en hebben ook meer sociale conflicten met onze...

Een onderzoek van tien jaar geleden werd onlangs, in 1994, herhaald om nieuwe inzichten te krijgen in het consulatiegedrag van Marokkaanse en Belgische patiënten. Een groepspraktijk te Borgerhout leende hiervoor opnieuw zijn huisartsen uit. Veel verschillen met 1984 werden niet gevonden. Wel blijken zelfmedicatie en de vraag naar secundaire preventie bij de Belgische patiënten hun ziekte gedrag meer op dat van de Belgen afgestemd: vooral jonge Marokkaanse vrouwen lijken hun weg naar de medische diensten te hebben gevonden. De gebrekkige talenkennis bij de Marokkaanse patiënten blijft evenwel...

De universitaire groepspraktijk van de UI Antwerpen functioneert reeds vijftien jaar als één van de opleidingsinstrumenten van het departement Geneeskunde. Tijd dus om opnieuw stil te staan bij de specifieke mogelijkheden en beperkingen van dit groter samenwerkingsverband; zeven huisartsen, twee psychologen, twee psychotherapeuten, twee verpleegkundigen, twee secretaressen, één kinesiste en één diëtiste vormen inderdaad een, naar Vlaamse normen, grote groep eerstelijnshulpverleners. Welke taken kan een onderwijspraktijk vervullen? En is het mogelijk om vanuit de evolutie in de aangetrokken en...

Huisartsen trachtten reeds verschillende keren, zonder veel succes, de preventiekaart in hun dagelijkse praktijk te verankeren. De redenen voor het falen bleven tot nu toe onduidelijk. Hypothesen voor dit falen formuleren, bleek evenmin vanzelfsprekend. Niettemin legde een groep huisartsen zich hierop toe en slaagden zij door toepassing van een inductieve onderzoeksmethode hierin. Methodisch Werken komt hierbij duidelijk om de hoek kijken, maar wordt ook op zijn kop gezet...

Het prenataal gezondheidsgedrag van Marokkaanse en Turkse migrantenvrouwen is suboptimaal: ze melden zich later aan en consulteren minder frequent dan autochtone vrouwen. Tevens is hun prenatale zorgenvraag minder regelmatig. Dit werd in Vlaanderen door verscheidene auteurs vastgesteld. Welk is nu de rol van de interactie hulpverlener-patiënte in het prenataal consultatiegedrag en hoe kan de prenatale zorgverstrekking worden verbeterd. Een door De Munck e.a. uitgevoerde studie formuleert op deze vragen een antwoord.

De grens tussen incest en seksueel geweld is moeilijk te trekken. Tussen het extreme zwijgen en de extreme woordenvloed van de slachtoffers is het voor de hulpverlener vaak moeilijk schipperen. De wetenschap is niet altijd bij machte op onze vragen of die van onze patiënten een antwoord te formuleren. Bijgaand artikel gaat op zoek naar een hypothese die in de praktijk praktisch bruikbaar zou kunnen zijn, maar laat nog heel wat vragen open. Zowel de methode als de resultaten bieden voer voor overpeinzingen.

In de mei-editie verscheen het eerste deel van het onderzoek naar de zorgenvraag van de allochtone bevolking bij de huisarts. Dit tweede deel geeft de resultaten van het onderzoek dat door de auteurs zelf werd opgezet. Dat Marokkanen en Turken de huisarts minder consulteren dan de autochtone bevolking, wordt opnieuw bevestigd. Ook de consultfrequentie, het voorafgaand ziektegedrag en de ziektes zelf zijn verschillend tussen de etnische bevolkingsgroepen. Hoe de overheid de gezondheidsdiensten toegankelijker kan maken en hoe de huisartsenopleiding kan worden aangepast, kom t eveneens aan bod.

Marokkanen en Turken doen in ons land minder beroep op de huisarts dan de autochtone bevolking. Ze vertonen ook een ander klachtenpatroon; vooral de Marokkaanse bevolkingsgroep komt op consultatie omwille van welzijns- en sociale problemen. Inpassingsproblemen in onze maatschappij worden daarbij steeds belangrijker. Deze en andere bevindingen zijn het resultaat van een grondige literatuurstudie door de artsen De Muynck en Schillemans. De resultaten van een eigen onderzoek verschijnen in de volgende editie van Huisarts Nu.

Het kunnen meten van de gezondheidstoestand laat toe de geleverde zorgen te evalueren. Het ontwikkelen van een dergelijk meetinstrument is nochtans geen sinecure. Enkele artsen raapten echter de handschoen op. Hun onderzoek resulteerde in een vragenlijst bestaande uit vijf schalen waaruit een algemene gezondheidsindex kan worden afgeleid. Het instrument werd meteen toegepast om verschillen in de gezondheidstoestand tussen autochtonen en migranten te meten. De gebruiksvriendelijkheid en de beperkte kostprijs van het instrument laten de huisarts toe om ook zelf de gezondheidstoestand van zijn...