Menu

In tegenstelling tot de meerwaarde die de subtypering van GDM heeft in het voorspellen van obstetrische/neonatale outcome, lijkt subtypering geen meerwaarde te bieden in het voorspellen van het toekomstige diabetesrisico. Strikte opvolging van de glucosetolerantie in de jaren na de zwangerschap blijft daarom noodzakelijk bij alle vrouwen met GDM, onafhankelijk van het subtype.

Extra aandacht voor alcoholgebruik en ondersteuning in gedragsverandering is belangrijk bij patiënten met voorkamerfibrillatie in de eerste lijn. Dit zou de kans op episodes van voorkamerfibrillatie en bijgevolg subjectief hinderlijke symptomen kunnen beïnvloeden.

Deze studie toont dat er in een diverse stadspopulatie grote verschillen kunnen bestaan in cardiovasculair risico bij etnische en socio-economische subgroepen. In plaats van landen te classificeren als hoog- of laagrisico is het noodzakelijk deze subgroepen per land te identificeren en vervolgens preventief gerichter op te volgen.

Uit deze studie blijkt dat jongvolwassenen (18-24 jaar) het grootste risico lopen op toekomstige gewichts- en BMI-toename. Andere sociodemografische factoren hebben een zwakkere absolute en relatieve associatie met gewichtstoename. Jongvolwassenen lijken dus een belangrijke opportuniteit te vormen voor toekomstige preventiecampagnes tegen obesitas.

Roy Remmen oppert in zijn afscheidsrede dat de huidige geneeskundige opleiding misschien nog een tandje hoger zal moeten schakelen om jonge huisartsen te wapenen voor het levenslang uitoefenen van hun boeiend, maar ook veeleisend beroep. Als arts van ‘de jongere generatie’ trek ik die vraag graag open: moet de opleiding geneeskunde inderdaad (nog) een tandje bijsteken of moeten we als huisarts op regelmatige basis eens terug naar de schoolbanken?

In principe limiteert intermittent vasten niet wat en hoeveel er gegeten wordt, maar wel wanneer. Kan deze nieuwe hype een hulp zijn om cardiovasculaire risico’s te verminderen en andere gezondheidseffecten te genereren?

Het chronischevermoeidheidssyndroom (CVS), ook wel gekend als myalgische encefalomyelitis (ME), is een aandoening die vele mensen treft. Het GR-adviesrapport van 2015 raamt de prevalentie op 180 tot 250 patiënten per 100 000 inwoners. Het is een heterogeen, multisystemisch syndroom waarvan de precieze etiopathogenese nog onvoldoende uitgeklaard is en een curatieve behandeling actueel nog niet voorhanden. Ondanks dat de aandoening aanzienlijk lijden veroorzaakt en de levenskwaliteit zwaar aantast, blijft ME/CVS vaak ongediagnosticeerd of inadequaat behandeld. Zeker in de huidige tijd waarin...

Deze 7 jaar durende gerandomiseerde studie toonde dat mannen met cardiovasculair lijden een lager risico op nieuwe majeure cardiovasculaire events hebben wanneer ze een mediterraan dieet eten ten opzichte van een vetarm dieet. Een voedingspatroon rijk aan fruit, groenten, granen, noten, vette vis en olijfolie wordt dus best aangeraden. Frequente opvolging met aandacht voor therapietrouw is belangrijk.

Deze studie benadrukt het bestaan van verschillende metabole obesitasfenotypes en het belang van een gepersonaliseerde aanpak bij behandeling. Zo zou oefentherapie prioriteit moeten krijgen bij vrouwen die geen baat ervaren bij caloriebeperkende diëten. Oefentherapie kan bij hen het metabolisme in de skeletspieren en de lichaamssamenstelling verbeteren.

Deze review toont het wereldwijd voorkomen van matig tot hoge niveaus van burn-out. Een uitdaging voor beleidsmakers is de sterke variatie in burn-outschattingen tussen studies en landen. Gebruik van een uniform meetinstrument en duidelijke afkapwaarden om burn-out te definiëren is cruciaal. Bovendien dient ook de context waarin de huisartsen werken, beter bekeken te worden om burn-out in de eerste lijn beter te begrijpen.