Menu
Geavanceerd zoeken

Ondanks de grote goesting om eraan te beginnen, kijk ik toch met een dubbel gevoel uit naar mijn eerste praktijkervaringen. Er zijn meerdere redenen waarom ik me nog onzeker voel, zowel op het vlak van mijn (nog) beperkte medische kunde als op persoonlijk vlak. Mijn grootste angst is dat ik een medische fout zou maken waarmee ik een patiënt schade zou berokkenen of, nog erger, zijn leven in gevaar zou brengen. Ik blijf met de vraag worstelen hoe ik in echte omstandigheden bij elke patiënt zeker zal kunnen zijn dat ik juist gehandeld heb.

Het was mij opgevallen dat de meeste professoren een klacht vooral beschouwen binnen hun eigen domein, terwijl er vaak meerdere orgaansystemen aan de basis liggen van een probleem. Aangezien de geneeskunde er juist naar streeft om al deze denksystemen te integreren, vond ik mijn huisartsenstage een goede kans om te proberen een klinische differentiaaldiagnose te vormen over de specialismen en orgaansystemen heen. Mijn doel was mijn kennis te integreren door zelf een actief denkproces te doorlopen.

In de module integratieonderwijs tijdens onze opleiding kwam een patiënte met een verhoogd risico op een erfelijke borstkanker spreken. Dat was ongelooflijk interessant en de persoonlijke geschiedenis en de aanpak ervan door de huisarts, chirurg en klinisch geneticus lieten de studenten niet onaangeroerd. De getuigenis van iemand die zelf met het probleem wordt geconfronteerd, laat meer indruk na dan een theoretische PowerPointpresentatie of het leren van een hoofdstuk uit een cursus.

Dit boek wil het maaltijdgebeuren bij personen met dementie centraal stellen in al zijn facetten. De auteur belicht terecht niet enkel het maaltijdgebeuren vanuit haar logopedische achtergrond, maar benoemt ook omgevingsfactoren, houdingsfactoren, mondhygiëne, rol van medicatie,… De lijst professionals en omstaanders die in ideale omstandigheden allemaal betrokken zouden moeten zijn bij het voedingsmoment van de persoon met dementie, is indrukwekkend lang.

Dit boek vormt het derde deel in een reeks van vier boeken over communicatie in de gezondheidszorg. In het eerste boek ‘Aan weerszijden van de stethoscoop. Over kwaliteit van zorg en communicatie’ werd vooral aandacht gegeven aan modellen die aantonen hoe men een vertrouwensrelatie met de patiënt opbouwt.

Eindelijk, dacht ik, een ‘checklist-manifest’ waarin ik leer nooit meer aan een uitstrijkje te beginnen zonder het swabje klaar te leggen. Geen gehandschoend gepruts meer, terwijl de vrouw geduldig wacht met het speculum ter plaatse.

Transgenderzorg is relatief nieuw, waardoor de huisarts maar zelden met deze problematiek geconfronteerd werd. Toch is er een duidelijke evolutie merkbaar; zo was er ook een aanpassing van de wetgeving in 2007.

De organisatie van de eerstelijnszorg buiten de kantooruren is de laatste jaren erg veranderd. Zo zijn er huisartsenwachtposten bijgekomen naast de klassieke huisartsenwachtdiensten. De tevredenheid van de patiënt wordt gezien als een belangrijke parameter in de kwaliteit van die zorg. In dit literatuuronderzoek wordt nagegaan welke factoren de patiënttevredenheid in de eerstelijnszorg buiten de kantooruren beïnvloeden.

Salutogenese werd door Aaron Antonovsky in 1979 geïntroduceerd in een poging te verklaren wat mensen gezond houdt, in tegenstelling tot de klassieke zoektocht naar pathogene factoren. De positie van een persoon op het ziekte-gezondheidscontinuüm wordt bepaald aan de hand van het 'sense of coherence' (SOC)- concept. Deze SOC omvat drie dimensies (coping, ziekte-inzicht en zingeving) en kan met gevalideerde vragenlijsten gemeten worden. Gezien het toenemend aantal chronische patiënten is het belangrijk om te investeren in een dergelijke holistische aanpak en aandacht te hebben voor...

Zorgmanagement bij patiënten met verschillende chronische aandoeningen is één van de belangrijkste uitdagingen binnen de gezondheidszorg. Maar wat is multimorbiditeit juist en hoe kan men dit meten? En wat is de rol van de huisarts in deze complexe zorg?