Menu
Geavanceerd zoeken

Op 1 mei legde minister Dehaene een beleidsverklaring af omtrent ziekteverzekering, huisarts en eerstelijnsgezondheidszorg. Dit tijdens een studiedag van de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen.

In het eerste trimester van 1982 zijn opnieuw een aantal nieuwe geneesmiddelen in de apoteek beschikbaar gekomen en zijn een aantal wijzigingen aan bestaande geneesmiddelen aangebracht. Wij vinden o.a. het proglumide (Milid®, geneesmiddel aangeraden voor ulcus pepticum), een gemikroniseerd progesterone voor orale toediening (trogestan®), twee nieuwe cytostatica afgeleid van podofylline (het etoposide of Vepesid® en het teniposide of Vumon®).

In het kader van het programma «Integratie van de gezondheidszorg» opgezet door de Koning Boudewijnstichting, werd een pilootstudie op touw gezet door de Dienst Sociale Geneeskunde van de R.U.G. (Dir. Prof. Dr. Vuylsteek). Via dit projekt «Vroegtijdige opsporing van cervixcarcinoom», wilde men nagaan of de huisarts een groter percentage van de bevolking en vooral van de risikogroep kon bereiken dan dit het geval was met de bestaande bevolkingsonderzoeken uitgaand van de universitaire centra. Het verslag ervan is nu klaar gekomen. Naar mijn gevoel is het belangrijk grote delen ervan in HANU te...

Het urineonderzoek in de huisartsenpraktijk is een waardevol onderzoek voor de huisarts. Het urineonderzoek is gemakkelijk aan te leren, vraagt geen zware investeringen, is zonder moeite en met een weinig tijd uitvoerbaar. Mits wat ervaring en enige discipline zijn de bekomen resultaten betrouwbaar en zijn de gegevens goed interpreteerbaar. De bekomen resultaten kunnen ons belangrijke gegevens verstrekken die nuttig zijn voor de screening van bepaalde risikopatienten, die belangrijk kunnen zijn voor het bepalen van een diagnose of een behandeling en voor het volgen van bepaalde aandoeningen.

Allergie behoort tot één van die terreinen van de geneeskunde waar de laatste jaren veel nieuwe inzichten een stuk ordening brachten. Voorlopig resulteerde dit nog niet in fundamenteel nieuwe terapieën, maar wel in een beter begrijpen van het hoe en waarom van eerder eksperimenteel verworven kennis.