Menu

Patiënten besmet met het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2) en lijdend aan COVID-19, worden empirisch behandeld met combinaties van geneesmiddelen waaronder oseltamivir. Voor deze aanpak is er nauwelijks evidentie gebaseerd op gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek.

Uit eerder onderzoek blijkt dat het werken op de wachtpost invloed heeft op het antibioticavoorschrijfgedrag van de huisarts. De specifieke context van de wachtpost verschilt van de eigen praktijk door eerste en eenmalige contacten met de patiënt, tijdsdruk, het gevoel een andere professionele rol/identiteit te hebben, het ontbreken van follow-up, enzovoort. De meeste huisartsen hebben het gevoel dat hun drempel om voor te schrijven daardoor daalt.

De nieuwe maat ‘number needed to treat for net effect’ of NNTnet vat zowel de voor- als nadelen van een behandeling samen. Twee voorbeelden in verband met goed gebruik van antibiotica illustreren de toepassing van de NNTnet in de praktijk.

De meest voorkomende reden om de huisartsenwachtpost te contacteren is een infectie. De meeste patiënten met een infectie die zich hier aanbieden, zullen spontaan genezen. Op de wachtpost voelen artsen zich echter in een andere professionele rol dan in hun eigen praktijk.

Het blijft een moeizaam en moeilijk proces om artsen en patiënten ervan te overtuigen dat het nemen van antibiotica geen tot weinig nut heeft bij een ongecompliceerde luchtweginfectie.

Antibioticaresistentie is een toenemend probleem als gevolg van het onnodig en suboptimaal voorschrijven van antibiotica. Het grootste aandeel antibiotica wordt voorgeschreven in de eerste lijn. Ondanks alle inspanningen van de laatste twee decennia blijft België één van de koplopers in Europa wat het gebruik van antibiotica betreft.

Acute hoest is een van de meest frequente redenen van contact in de eerste lijn. Het is aangetoond dat patiënten hiervoor met een antibioticum behandelen weinig tot geen effect heeft (ook niet bij patiënten met comorbiditeiten) en dat het meestal gaat om een zelflimiterende lage luchtweginfectie. Nochtans krijgt meer dan 50% van deze patiënten een antibioticum voorgeschreven.

Bij de start van de Europese antibioticaweek op 12 november verdedigde dr. Marieke Lemiengre haar doctoraatsonderzoek aan de UGent over het effect van twee interventies op het voorschrijven van antibiotica bij acuut zieke kinderen. Het ontwikkelen van interventies met andere disciplines kan tot betere resultaten leiden.

Om klinisch-wetenschappelijk bewijs te kunnen vertalen naar de praktijk is het essentieel om verandering in professioneel gedrag te begrijpen, inclusief de barrières en faciliterende factoren. Interventies die in een klinische onderzoeksetting het meest doeltreffend zijn, zijn echter niet noodzakelijk de interventies die huisartsen het liefst willen leren, het makkelijkst vinden om toe te passen of prioritair te implementeren, of die het meest geschikt zijn voor hun praktijk.

De farmaceutische sector is in het westen een belangrijke partner in verschillende navormingsinitiatieven voor huisartsen. Dit kan aanleiding geven tot vertekening van de keuze van de onderwerpen of de aangeboden informatie. De meeste navormingsstrategieën (bv. symposia) hebben gemengde effecten. Onafhankelijke artsenbezoeken daarentegen zijn doeltreffend om de kwaliteit van het voorschrijfgedrag in de huisartsenpraktijk te verbeteren.