Menu

Er is toenemende belangstelling voor de etiologie en het onderhoud van chronische vermoeidheid, in het bijzonder aanslepende vermoeidheidsklachten bij mentale en fysieke medische aandoeningen zoals chronische pijnsyndromen (bijvoorbeeld fibromyalgie), aandoeningen gerelateerd aan erfelijke bindweefselaandoeningen (bijvoorbeeld Ehlers-Danlos syndroom), chronische gastro-intestinale problemen en veelvoorkomende psychiatrische aandoeningen zoals angst en depressie.

Neurodegeneratie en cerebrovasculaire aandoeningen veroorzaken aanzienlijke morbiditeit bij patiënten met diabetes type 2 en obesitas. GLP-1-receptoragonisten (GLP-1RA’s) zoals semaglutide en tirzepatide verbeteren de glykemie en leiden tot gewichtsverlies, maar hun mogelijke beschermende effecten op het brein en de bloedvaten zijn minder goed onderzocht

Jochem is zestien jaar en verblijft sinds een maand in ons centrum. Hij doet het goed. Leert bij over voeding, beweegt met plezier, zoekt zijn plek in de groep. Alleen het slapen loopt wat stroef.

Het begint meestal stil. Eén jongere die lange mouwen blijft dragen. Die zich iets vaker terugtrekt. Die bij het omkleden net iets te snel is. En dan zie je het: dunne, parallelle lijntjes op een onderarm. Vers of net genezend.

Het is een herkenbaar verhaal in de huisartsenpraktijk. Een jonge vrouw, meestal wat gehaast en beschaamd, vraagt om de noodpil. Ze wil geen uitleg, geen vragen, enkel een snelle oplossing. De urgentie dringt, dus we helpen: de pil wordt voorgeschreven, het probleem lijkt van de baan. Maar is het dat echt?

Een residentiële opname is een ingrijpende gebeurtenis. Dat weten wij vanuit een rationeel, professioneel standpunt, maar probeer het eens te voelen: Je bent dertien of vijftien jaar. Je hebt een chronische ziekte die zichtbaar is, obesitas bijvoorbeeld, of onzichtbaar: chronische pijn, vermoeidheid, niemand ziet het maar je draagt het elke dag.

De eerste duizend dagen – van conceptie tot peutertijd – zijn bepalend voor de metabole gezondheid op lange termijn. Maar wat als we die vroege voedingsomgeving onbedoeld aanpassen? Dankzij het einde van de Britse suikerrantsoenering in 1953 konden onderzoekers de impact van suikerinname in de vroege levensfase quasiexperimenteel onderzoeken.

Bijna 3 miljard mensen wereldwijd hebben overgewicht of obesitas, wat het risico verhoogt op vroegtijdige sterfte en chronische ziekten. Terwijl veel onderzoek focust op gewichtsverlies, is er minder aandacht voor preventie van geleidelijke gewichtstoename in de algemene bevolking. Bovendien is weinig bekend over het gecombineerde effect van voedingskwaliteit en fysieke activiteit op vetverdeling en leververvetting.

Met de komst van nieuwe medicatie is het obesitaslandschap veranderd. Er is iets verschoven. Waar we vroeger enkel konden werken aan leefstijl, hebben we nu bijkomende instrumenten. Krachtige en effectieve tools, die levens kunnen veranderen. Maar er is één grote ‘maar’: er is geen terugbetaling.

Tot 17% van de volwassen bevolking in Europa en Noord-Amerika neemt een antidepressivum. Ook in Vlaanderen zijn ze al jaren een van de meest voorgeschreven psychofarmaca in de eerste lijn. De huidige richtlijnen bevelen antidepressiva aan bij matige tot ernstige depressie, met een SSRI als eerste keus.