Menu

“Het is een beetje delicaat”, zegt hij, terwijl hij van links naar rechts op zijn stoel schuifelt. Julien is 38 jaar. Als venten van die leeftijd schuifelen op hun stoel, dat weet ik wat er komt. Al ben ik altijd beducht voor vooringenomenheid. Want Altijd Navragen, Nooit Aannemen (ANNA), weet je wel. Maar het is van dat, “zijn Julien” werkt een beetje slecht. Met zijn vorige partner wilde het al af en toe niet lukken en in de overgangsfase tussen twee relaties had hij een onenightstand waarbij ook wat erectiedysforie was.

Esther, een vrouw van rond de 35 jaar, komt op dieetraadpleging. Ze heeft al maanden last van haar darmen: diarree, afgewisseld met obstipatie en krampen in de buik. Ze is ten einde raad en ook moedeloos. Ze durft zich niet meer in het zwembad vertonen, omdat ze eruit ziet alsof ze zwanger is.

Yassin is mijn 32ste patiënt die dag. De voorbije weken zag ik hem vaker dan me lief was (alles is relatief in de gevangenis…). Meestal consulteerde hij met een verschrikkelijke (uiterste onmogelijk te objectiveren) pijnklacht waarmee hij rechtvaardigde opnieuw een verhoging van zijn dagelijkse dosissen tramadol op te eisen. De ene keer vriendelijk en manipulatief. Een andere keer werd er al eens gescholden in een Arabisch dialect, waarbij ik enkel zeer gevoelsreflectief kon hummen en hem vriendelijk naar de deur begeleiden als er (weeral) geen einde aan kwam.

In de agenda van de huisartsenpraktijk staat Henk genoteerd, een 60-plusser met een nieuwe diagnose van diabetes type 2. De huisarts brieft me vooraf.

Vrijdag 15 oktober 2020. Er komt een mail binnen van LEIFAntwerpen: ‘Huisarts-in-opleiding zoekt een arts die in contact kan komen met een patiënte en de vraag naar euthanasie kan beoordelen, eventueel ook om de euthanasie uit te voeren.’

Mijn eerste schooldag als student verpleegkunde, dertien jaar geleden: vooraan in de aula geeft een gepassioneerde, ervaren verpleegkundige ons informatie over het lessenpakket, de stages en ook het verloop van de examens. Ze besluit haar uitleg met een vurig betoog: “En knoop dit goed in jullie oren: jullie zijn geen verpleegsters, jullie zijn verpleegkundigen.”

Vijfentwintig lentes maar ook winters, zit voor mij, wenend. Ze komt op gesprek, net zoals haar mama dat vroeger deed. Ik reik de zakdoeken aan.

Henk kreeg recent de diagnose van diabetes en besloot om gezonder en vooral bewuster te gaan eten door calorieën te tellen. Ondertussen zijn we een geruime tijd verder en zie ik Henk opnieuw op vervolgconsultatie. Hij draagt een opvallend hemd: korte mouwen en bedrukt met een gele en rode jungleprint. Onder zijn arm draagt hij zijn kenmerkend mapje.

Mocht er een olympische medaille bestaan voor hypochondrie, dan wint Didier met de vingers in de neus de gouden plaque. Didier is een krasse slanke zestiger, wandelt veel, speelt trompet op hoog niveau en geniet, zoals men zegt, van een welverdiend pensioen. Dat pensioen geeft hem echter meer tijd om zijn symptomen uit te vergroten, zodat somatiseren een soort onbetaalde flexijob is geworden.

Op een zonnige woensdag pak ik het ECG-toestel zorgvuldig in in de bijbehorende zwarte tas. Dubbelchecken of ik alle onderdelen bij heb, want ik ga een ECG afnemen bij Marc, een man van begin 70 jaar. Hij woont op wandelafstand van de praktijk, maar kan niet naar de praktijk komen door aanslepende rugpijn.