Menu

Hoewel ik sinds kort terug in België ben, moest ik onlangs terugdenken aan mijn eerste week in de plattelandspraktijk in Nieuw-Zeeland.

Ik heb weinig of heel eerlijk geen BV’s in mijn patiënteel. Ik weet alleen iets van de gezondheid of eerder ziektes van bekende landgenoten uit de boekskes. Maar soms zit er een BV tussen van wie je het niet eens wist.

Huisarts zijn in Nieuw-Zeeland is in veel aspecten vergelijkbaar met het werk in België. Zo zijn er hier ook patiënten die te laat op hun afspraak verschijnen. Ik ben zo iemand die nog geen duidelijk beleid heeft voor deze laatkomers.

Hoewel deze namen misschien beelden van de kerstsfeer oproepen, is de realiteit een stukje anders. Jesus, 71 jaar, werd niet geboren in Bethlehem, maar in een bergdorpje in Portugal, Olivera do Hospital, een zéér vooruitziende naam wel als geboorteplek.

Murray, een forse man van 35 jaar, komt opnieuw op consultatie (zie het vorige nummer van Huisarts Nu). Murray is niet enkel heel groot maar ook erg zwaarlijvig en is versierd met tatoeages en piercings.

Ik heb een patiënt die Bernard heet, maar ik noem hem Bernardo. Niet naar een of ander syndroom, maar wel omdat hij me doet denken aan de doofstomme assistent van Zorro.

Murray is een forse man van 35 jaar die niet enkel groot maar ook zwaarlijvig is en versierd is met tatoeages en piercings. Hij presenteert zich voor de vernieuwing van zijn WINZ-certificaat (een document waarbij ik als huisarts moet aangeven of ik vind dat de patiënt om medische redenen al dan niet arbeidsgeschikt is).

Hij kwam tergend traag de consultatieruimte binnen, met zijn schouders wat opgetrokken. ‘Heb zo’n nekpijn’, zei hij. Hij leek gespannen, zo’n type patiënt die zelfs als je de onderzoekstafel zou wegnemen, nog op die hoogte zou blijven hangen.

Het is laat in de ochtend wanneer ik Sarah binnenroep, een half uur later dan gepland omdat het nogal een chaotisch spreekuur is geweest met veel papierwerk, ingewikkelde casussen en een handvol patiënten met psychosociale problemen.

De namen van partners spreken we automatisch in een bepaalde volgorde uit. Jan en Dorien klinkt veel beter dan Dorien en Jan. Nelly en André dus ook en niet André en Nelly, want die combinatie ‘bekt’ niet.