Menu

Uit cijfers van de Belgische peilpraktijken blijkt dat meer en meer ouderen definitief in een rustoord, een RVT of een psychiatrische instelling worden opgenomen. Het gaat hierbij vooral om alleenwonenden en vrouwen. Meestal wor­den de opnames gemotiveerd door een gebrek aan zelfredzaamheid en verzorgingsproblemen. Beperkingen van het bewegingsstelsel en dementie zijn de belangrijkste voorafbestaande aandoeningen. Een opvallend gegeven is dat in Vlaanderen meer dan een derde van de opgenomen patiënten niet langer door zijn oorspronkelijke huisarts wordt gevolgd. In Wallonië ligt dit aantal...

Wat is het effect van de afbouw van benzodiazepines bij ouderen in rusthuizen? Dat was het uitgangspunt van een onderzoek dat werd opgezet in tien rusthuizen in Gent. Naast een dubbelblind gecontroleerd klinisch onderzoek werden ook beschrijvende gegevens verzameld over de ontwenningsverschijnselen en de kwaliteit van de slaap bij de residenten. De bevindingen waren veelbelovend voor verder onderzoek. Onderzoekers moeten in de toekomst wel rekening houden met de problemen die eigen zijn aan het uitvoeren van een trial bij geïnstitutionaliseerde ouderen.

Jonge moeders hebben het niet gemakkelijk. Over de verzorging van baby's wordt tegenwoordig zoveel geschreven en worden er zoveel producten aangeboden dat een keuze maken niet simpel is: wat is nu het beste voor mijn kind? De huisarts kan hier een goede raadgever zijn. Een goede vakkennis kan de moeder geruststellen en haar meer zekerheid geven. Ook wat de verzorging van de moeder zelf in de kraamperiode betreft, heeft de huisarts een belangrijke taak.

Een parel krijg je zelden te zien: een zeldzame keer gaat de schelp open. Een bevalling en kraamperiode mogen begeleiden is zo'n moment van zeldzaam contact met de diepere elementen van het zijn. Een vrouw die moeder wordt, komt op de rand van de ervaring van leven en dood: leven geven betekent ook de dood op de wereld brengen. Als huisarts dit mogen mee beleven is een geschenk. In deze eerste periode zal de huisarts vooral luisteren en de moeder moeder laten zijn. Wat de verzorging van moeder en kind inhoudt, komt in het volgende artikel (blz. 358) in deze reeks rond zuigelingen aan bod.

Moeheid is een frequente klacht in de huisartsenpraktijk die in verhouding weinig het voorwerp heeft uitgemaakt van research. Deze moeheid heeft vaak een psychosociale oorzaak. In dit artikel worden op basis van de literatuur deze psychosociale aspecten in kaart gebracht. Wat zijn de sociaal-demografische kenmerken van vermoeide patiënten? Welke psychiatrische diagnosen krijgen ze? Zijn er kenmerkende psychologische variabelen? Hebben deze kenmerken een prognostische waarde? De bevindingen onderlijnen het belang van de psychosociale anamnese bij dit symptoom.

Geconfronteerd met verschillende tienerzwangerschappen, besloot een groepspraktijk uit Gent een interventiestrategie uit te werken om deze (meestal)ongewenste zwangerschappen in de toekomst te voorkomen. In een eerste fase werd een enquête georganiseerd onder jongeren om een beter beeld te krijgen van hun kennis, attitudes en gedrag op het vlak van seksualiteit en anticonceptie. Hierin werd ook hun sociale achtergrond bevraagd. Zoals andere studies reeds aantoonden, bleek ook uit deze enquête dat vooral sociaal zwakkere jongeren meer risico lopen op een ongewenste zwangerschap.

Frans Vermasschen is 39 jaar oud, gezond, en werkt als magazijnier in een vrij groot voedingsbedrijf.

Omdat de taak van de huisarts van in het prille begin start, opent deze reeks over zuigelingen met een bijdrage over borstvoeding. Hoe kan de huisarts moeder en kind optimaal begeleiden en welke adviezen geeft hij/zij?

Vele huisartsen hebben ervaring met de zorg voor zuigelingen en kleine kinderen, maar die ervaringen worden zelden gebundeld.

In Nederland is de voorbije dertig jaar al veel gebeurd om de kwaliteit van de medische beroepsuitoefening te bewaken en te verbeteren. Bestaande instrumenten van kwaliteitsbewaking, zoals opleiding en tuchtrecht, werden opgefrist, maar ook nieuwe initiatieven werden genomen. Deze betreffen vooral "normerende" kwaliteitsinstrumenten zoals intercollegiale toetsing, consensusbijeenkomsten, protocollering en de ontwikkeling van standaarden. Vraag is of deze nieuwe instrumenten tot een betere controle van het medisch handelen hebben geleid en of ze een bedreiging vormen voor de autonomie van de...