Menu

Volgens een recente enquête in de regio Roeselare-Tielt vinden nogal wat hulpverleners de crisisinterventie in de geestelijke gezondheidszorg niet optimaal. Het Coördinatiecomité Geestelijke Gezondheidszorg Midden West-Vlaanderen besloot daarom een kwaliteitskring op te zetten om te zien wat er misloopt. Hierin brachten vooral de getuige­nissen van de patiënten heel wat knelpunten aan het licht. Om bij te dra­gen tot een oplossing verkoos de groep te werken rond "het verhogen van de luisterbereidheid teneinde de juiste graad van directiviteit te bepalen''.

Empirisch onderzoek toonde reeds aan dat er verschillen zijn in de zorgvraag tussen allochtone en autochtone patiënten (zie Huisarts Nu 1993; 22 (6): 248-254). Maar zijn er ook verschillen in de al­lochtone bevolkingsgroep zelf? Voor Marokkanen bijvoorbeeld wordt zelden een onderscheid gemaakt tussen Berber en Arabieren. Nochtans verschillen beide etnische groepen op een aantal vlakken. Zo hebben Berberpatiënten een grotere preventieve zorgvraag, een actiever ziektegedrag, ze bezoeken meer religieuze genezers, melden zich later aan hij de huisarts en hebben ook meer sociale conflicten met onze...

Dermatologische problemen komen frequent voor in de huisartsenpraktijk: zo'n 10 à 12% van de consultaties heeft hierop betrekking. Om bij te dragen tot een permanente navorming op dit vlak, werd deze rubriek rond de diagnostiek van huid problemen opgestart. "Een hardnekkige uitslag rond de mond" is intussen de twaalfde dermatologi­sche vraagstelling in de reeks.

In een traditionele gemeenschap zijn leven en dood met elkaar verbonden. Rites en tradities koppelen het zichtbare aan het onzichtba­re, het tijdelijke aan het tijdloze. In onze samenleving is die dubbele structuur zo goed als verdwenen. De stervende heeft het hierdoor veel moei­lijker om zijn levenseinde zinvol te beleven. Professor Bemabé tracht met zijn cultureel-antropologische visie onze kijk op de palliatieve zorg te ver­rijken.

Wat is de diepere existentiële betekenis van kanker in het leven van oncologische patiënten? En wat is mijn persoonlijke existentiële ervaring doorheen mijn contacten met kankerpatiënten? Op deze twee vragen heb ik antwoorden geformuleerd vanuit mijn ervaring als algemeen arts werkzaam op een dienst oncologie en als lid van een palliatief support team (= een klein multidisciplinair team dat kan worden ingeroepen ter ondersteuning van gehospitaliseerde palliatieve patiënten, hun familie en verzorgers).

De universitaire groepspraktijk van de UI Antwerpen functioneert reeds vijftien jaar als één van de opleidingsinstrumenten van het departement Geneeskunde. Tijd dus om opnieuw stil te staan bij de specifieke mogelijkheden en beperkingen van dit groter samenwerkingsverband; zeven huisartsen, twee psychologen, twee psychotherapeuten, twee verpleegkundigen, twee secretaressen, één kinesiste en één diëtiste vormen inderdaad een, naar Vlaamse normen, grote groep eerstelijnshulpverleners. Welke taken kan een onderwijspraktijk vervullen? En is het mogelijk om vanuit de evolutie in de aangetrokken en...

In het kader van het experiment “Het medisch dossier en de keuze van de patiënt voor een vaste huisarts” werd volgens de Delphi-methode een panel van experten opgericht. Eén van haar opdrachten was criteria te formuleren om het medisch dossier en de hieraan gerelateerde communicatie te verbeteren. Uit een analyse was immers gebleken (zie blz.390) dat het dossier gebruik zeker niet optimaal is.

Rond het experiment "Het medisch dossier en de keuze van de patiënt voor een vaste huisarts” is heel wat te doen geweest. Het negatieve klimaat dat hierrond ontstond, gaf dat er weinig huisartsen wilden meewerken. Ondanks deze lage respons, kwamen er toch enkele opmerkelijke gegevens uit de bits. Het medisch dossier wordt wel gebruikt, maar niet systematisch en zowel de inbond als de vorm vertonen weinig uniformiteit. De meeste respondenten plannen wel aanpassingen, vooral dan in de richting van automatisatie.

Dermatologische problemen komen frequent voor in de huisartsenpraktijk: zo'n 10 à 12% van de consultaties heeft hierop betrekking. Om bij te dragen tot een permanente navorming op dit vlak, werd deze rubriek rond de diagnostiek van huidproblemen opgestart. “Zweetvoeten” is intussen de zevende dermatologische vraagstelling in de reeks.

Hoewel deze verkiezingen veel minder stof deden opwaaien dan de gemeenteraadsverkiezingen die 's anderendaags plaatsvonden, maken wij van de gelegenheid gebruik om haar even voor te stellen, onder de vorm van een interview dat de redactie met haar hield. Het gesprek stoelde onder andere op een confrontatie met de ideeën van Professor Jan De Maeseneer, zoals uiteengezet in zijn tekst "Haalt de huisartsengeneeskunde het jaar 2000?"