Menu

Een hartritmestoornis is te definiëren als elke afwijking van het normale hartritme.

Gemiddeld heeft een Britse huisarts 6 tot 7 keer per jaar met een nieuw geval van hartkloppingen af te rekenen. Heel vaak gaat deze klacht met uitgesproken ongerustheid en angstgevoelens gepaard. De wetenschappelijke literatuur leert dat slechts een minderheid van de gevallen op ernstige aandoeningen zoals majeure ritmestoornissen of onderliggend hartlijden berust. Voor de huisarts gaat het om een klacht die altijd de nodige waakzaamheid verdient, want het gaat er zowel om "niet-pluis"-toestanden snel te onderkennen, adequaat te behandelen of door te verwijzen, alsook patiënten met banale...

In hoeverre komt de huisarts aan zijn migrantencliënteel tegemoet? Voorziet hij in aangepaste folders, affiches, woordenlijsten of in interculturele bemiddelaars of tolken? Dit onderzoek toont aan dat het op dit vlak maar pover is gesteld. Gemiddeld doet slechts één op drie van de huisartsen-met-migrantencliënteel een extra inspanning. Hierbij scoort Limburg een flink stuk hoger dan Vlaams Brabant: respectievelijk 50% tegenover 5% treft voor hen specifieke voorzieningen.

Pijn waarvoor geen duidelijke organische oorzaak kan worden gevonden, vormt in toenemende mate een gezondheidsprobleem. De diagnostiek ervan is moeilijk en goede behandelingsmogelijkheden zijn nauwelijks voorhanden. Binnen de Belgische en Nederlandse gezondheidszorg zal vooral de huisarts met: dit probleem worden geconfronteerd. Dit artikel gaat dieper in op de definitie en afbakening van chronische benigne pijn, het voorkomen ervan en op de diagnostiek, het beleid en de behandeling.

Dermatologische problemen komen frequent voor in de huisartsenpraktijk: zo’n 10 à 12% van de consultaties heeft hierop betrekking. Om bij te dragen tot een permanente navorming op dit vlak, werd deze rubriek rond de diagnostiek van huidproblemen opgestart. “Een letsel in de liesplooi" is intussen de vijfde dermatologische vraagstelling in de reeks. Aan de hand van anamnestische en klinische gegevens kan deze aandoening worden herkend. Daarnaast worden nog drie andere voorde huisarts relevante dermatologische problemen besproken.

Personen met het Downsyndroom werden door hun typische uiterlijk tot voor kort gestigmatiseerd als "idioten”, “debielen” of “mongolen”. De meesten leefden in instellingen, afgezonderd van de maatschappij en van hun familie. Hun levenskansen waren klein, zowel in duur als in kwaliteit. De laatste decennia is er een snelle evolutie op gang gekomen: meer en meer van deze kinderen groeien thuis tussen leeftijdsgenoten en familie op. De onderwijs- en ontwikkelingsbegeleiding is veel meer aangepast en ook de geneeskundige preventie en de behandeling van typische gezondheidsproblemen zijn sterk...

De “quick blood count” is een toestel waarmee de huisarts zelf laboratoriumtesten kan uitvoeren. Zo wordt het mogelijk pathologieën onmiddellijk uit te sluiten. Nochtans blijkt het aantal bloedparameters dat het toestel weergeeft dikwijls onvoldoende. Toch waren de meeste artsen die de “quick blood count” testten, over het algemeen tevreden en vonden ze het een nuttigen eenvoudig te gebruiken hulpmiddel. Effect van dit toestel op de totale aan vraag van labotesten en op de uitgaven in de klinische biologie werden eveneens bestudeerd.

In hoeverre engageren huisartsen zich voor hun bejaarde patiënten in instellingen? Op deze vraag zocht het Vlaams Huisartsen Instituut (VHI) een antwoord door ruim 300 huisartsen telefonisch te enquêteren. Het resultaat was verrassend: meer dan 90% gaat minstens één keer per maand op bezoek in deze instellingen. Bovendien blijkt het aantal patiënten per huisarts sterk op te lopen: soms lot meer dan dertig bejaarden per arts. Deze hoge aantallen tonen aan dat de huisarts hier reeds zijn vaste plaats heeft verworven.

Wat weten huisartsen over het ziekenhuis waarnaar ze hun patiënten verwijzen? Zijn ze op de hoogte van de accommodatie en de specialismen die het ziekenhuis biedt? En hoe verloopt de samenwerking tussen huis- en ziekenhuisarts? Is er genoeg informatiedoorstroming? Verwijzen huisartsen steeds meer rechtstreeks naar het ziekenhuis of niet? Op deze vragen wilde een regionaal ziekenhuis graag het antwoord weten en liet daarom een onderzoek uitvoeren. Daaruit bleek onder meer dat huisartsen nood hebben aan meer informatie over de ziekenhuiswerking.

Huisartsen worden regelmatig geconfronteerd met dermatologische problemen. Uit morbiditeitsregistratie in Nederland en België blijkt dat ongeveer 10 à 12% van alle consultaties in de huisartsenpraktijk betrekking heeft op de huid. Deze rubriek wil een bijdrage leveren tot permanente navorming op het vlak van de diagnostiek bij dermatologische problemen. Aan de hand van een casus zullen telkens een aantal voor de huisarts relevante dermatologische problemen worden besproken. De nadruk ligt op het herkennen van een dermatologische aandoening aan de hand van anamnestische en klinische gegevens....