Menu

Sinds mei 1999 kan de huisarts dankzij de invoering van het Algemeen Medisch Dossier patiënten persoonlijk en schriftelijk uitnodigen om deel te nemen aan preventieactiviteiten, zoals de jaarlijkse influenzavaccinatie. Volgens de literatuur zou het persoonlijk aanschrijven leiden tot een groter bereik van de doelgroep. Om dit na te gaan deed een huisartspraktijk een onderzoek naar de invloed van het persoonlijk aanschrijven op de vaccinatiegraad bij haar patiënten boven 65 jaar en patiënten tussen 60 en 65 jaar met verhoogd risico op complicaties. In totaal werden 113 patiënten geselecteerd...

Fysiek en seksueel geweld zijn niet alleen strafbaar, ze vormen in de eerste plaats een zware inbreuk op het recht op fysieke en seksuele integriteit van ieder individu. Het is zowel voor het slachtoffer als voor de maatschappij belangrijk dat een schending van deze rechten wordt vastgesteld. Slachtoffers van deze feiten hebben recht op hulpverlening en juridische bescherming. Hierin spelen ook artsen een belangrijke rol: naast eerste opvang, geneeskundige zorgen en goede doorverwijzing, spelen artsen een vaak cruciale rol in het verzamelen van bewijsmateriaal in verband met seksuele...

De hulpverlening in grootstedelijke gebieden krijgt vaak te maken met vluchtelingen die al dan niet over wettige verblijfsdocumenten beschikken. De sociale situatie van deze patiënten is in de meeste gevallen precair waardoor de voorkans op ernstige ziekten bij deze personen hoger ligt dan bij de gemiddelde Belgische populatie. Welke mogelijkheden heeft de huisarts om deze mensen toch zo goed mogelijk te helpen? De wet op de dringende medische hulpverlening biedt hier een uitweg. In dit artikel worden de basisvoorwaarden van deze wet besproken aan de hand van ervaringen uit de praktijk.

Geneeskunde blijft zowel een boeiend vak als een uitdagende wetenschap. Boeiend omdat je dag na dag opnieuw probeert zieke mensen te helpen door universele klinische wetmatigheden te zoeken binnen de individuele verschil­len.

De huisartsenpeilpraktijken trachten een surveillancesysteem te zijn voor een aantal gezondheid problemen en hieraan gerela­teerde gedragingen waarmee de huisarts te maken krijgt.

Het denken over gezondheid is duidelijk geëvolueerd van een eenvoudig biome­disch model, waarin gezondheid wordt gelijkgesteld aan de afwezigheid van ziek­te, naar dynamischere modellen waarbij gezondheid wordt gedefinieerd al een continuüm binnen zowel fysieke, psychische als sociale dimensies.

Het medische handelen steunde in het verleden uitsluitend op traditie, persoon­lijke ervaring, extrapoleren van theoreti­sche beschouwingen en intuïtief aanvoe­len.

De groep die ontegensprekelijk een sleutelpositie bekleedt binnen het netwerk, is uiteraard deze van de peilartsen zelf. Zonder hun enthousiasme, nauwgezetheid en discipline bij het registreren zou er voor veel gezondheidsproblemen helemaal geen epidemiologische informatie voor­handen zijn.

Een belangrijke vraagstelling bij de peil­praktijken is hoe de resultaten van het netwerk naar de totale bevolking kunnen worden geëxtrapoleerd.

In 1984 en in 1989 registreerden de huis­artsen van het Belgische Peilpraktijken­netwerk cerebrovasculaire incidenten. Bij de eerste registratie betrof het alleen CVA's, bij de tweede zowel CVA's als TIA's.