Menu

"Omgaan met ouderen" is een parel van een boek speciaal geschreven voor verpleegkundigen in bejaardentehuizen.

Dit wonderlijke boekje is eigenlijk bij de verkeerde recensent terecht gekomen, namelijk omdat elke notie van wiskundig denken mij vreemd is, terwijl op deze honderdenvier bladzijden af en toe wiskundig wordt gedacht en geredeneerd. Toch is de denkende huisarts, die blijvend laboreert aan zijn verhouding met de reductionistisch werkende, zogenaamde exacte wetenschappen, goed geplaatst om dit boek aandachtig te lezen, er moed uit te putten, en naar zijn vakgebied te transponeren.

In dit boekje wordt de anatomopathologie belicht vanuit het verleden, haar plaats vandaag en haar ontwikkelingen naar de toekomst toe.

Dit boekje, dat in zeer begrijpelijke taal een aantal levensechte getuigenissen bevat, zou ik aanraden aan allen die aan thuiszorg doen, die overwegen om hun ouders of één van hun ouders in huis te nemen of om voor hun zieke echtgeno(o)t(e) of gehandicapt kind te zorgen.

Als huisarts word je regelmatig geconfronteerd met spastische pijn, in het bijzonder bij nier- en galblaaskolieken, zeer pijnlijke aandoeningen, die een snelle en doeltreffende behandeling vragen. De jongste tijd zien we hierbij een geleidelijke overgang van antispasmodica met of zonder analgetica naar NSAID’s.

Vroeg of laat krijgt iedere huisarts met de nieuwe abortuswetgeving te maken, ook de arts die niet akkoord gaat met de vrijere reglementering. Ook hij moet op de hoogte zijn van de verplichtingen die de wet hem oplegt. Hoewel elke wet vaagheden en tekortkomingen vertoont, die achteraf door de jurisprudentie moeten opgeklaard en aangevuld worden, kunnen de meeste en belangrijkste elementen van een wet — ook van deze wet — verduidelijkt worden, zodat ze voor iedereen verstaanbaar zijn en tot geen misverstanden aanleidinggeven. Hiervoor is echter juridisch advies nodig.

In het eerste deel van deze reeks artikels “Seropositief, wat nu?” behandelde de auteur diagnose en beleid bij de somatische zorg voor aids-virusdragers (Huisarts Nu 1990 (19); 5: 215-225). In onderstaand artikel bespreekt hij de prognostische markers bij HIV-infectie en bij aids. Zoals in het vorige deel is ook deze tekst als handleiding bedoeld.

Zoals in een vorig artikel geschetst, is obesitas een belangrijk werkterrein voor de huisarts. Op langere termijn is vermageren een moeilijke opdracht. Het is dan ook niet te verwonderen dat er een groeiende markt bestaat voor allerlei hulpmiddelen: substitutieprodukten, maaltijdvervangers, medicatie enzovoort. In dit artikel worden deze hulpmiddelen besproken, zodat de huisarts ze gerichter kan gebruiken om zijn patiënt te motiveren.

Obesitas en overgewicht is een probleem dat vrij veel voorkomt in de huisartsenpraktijk en waarmee zeker elke huisarts geconfronteerd wordt. Er bestaan verschillende behandelingswijzen, maar leveren deze methoden ook allemaal het beoogde resultaat? Men moet zowel met de oorzaken van de zwaarlijvigheid rekening houden, als met de wilskracht van de patiënt. De behandeling van obesitas stap voor stap, met een aantal tussentijdse contacten tussen arts en patiënt lijkt dan ook aangewezen.

Enuresis nocturna is een probleem waar vrij veel kinderen last van hebben (ca. 10% van de kinderen tussen vier en vijf jaar, nog 8% van de zesjarigen). Het is een ontwikkelingsstoornis waarbij kinderen na hun vierde levensjaar nog regelmatig en onwillekeurig in bed plassen zonder dat hiervoor anatomische of neurofysiologische beschadigingen als oorzaak kunnen aangewezen worden. Zo wel ouders als het kind zelf worden na enige tijd hopeloos. Ze zoeken naar een oplossing bij de huis- of kinderarts. De samenwerking tussen arts en psychotherapeut leidt tot goede resultaten.