Menu

Op 15 september vorig jaar vond in Antwerpen het “Medical Informatics Congres” plaats. Dat informatica en automatisering ook in de huisartspraktijk van nut kunnen zijn, is reeds lang bewezen. Ondanks de beperkte Vlaamse interesse voor het huisartsengedeelte bezorgde desalniettemin een Vlaamse huisarts een uitgebreid verslag aan de redactie.

Sinds medio april 1990 is in België een nieuwe abortuswetgeving van kracht. We zochten uit wat de huisarts in dit verband zeker moet weten en hoe hij moet handelen. Volgens geruchten in de media zouden de centra voor levens- en gezinsvragen hierin een sleutelrol spelen. We zochten de “historische wet ” op (zie kader) en deden een rondvraag.

In een reeks artikels brengt Jan De Maeseneer verslag uit van zijn onderzoek naar het belang van attitudes bij huisartsen en de samenhang van deze attitudes met het handelen van de huisarts. In deze eerste bijdrage beschrijft hij de methodologie van het onderzoek en de resultaten met betrekking tot twee attitudes: de taakopvatting op psychosociaal gebied en de defensieve opstelling van de huisarts.

Voor sommigen kwam aids-voorlichting te laat: ze werden besmet en besmettelijk: seropositief voor HIV. Wat doe je dan als huisarts? Doorverwijzen voor follow-up en bij de eerste klacht de patiënt hospitaliseren? Angst en medicalisering kunnen dan nog vergroten. Of gaan we de integrale zorg voor deze gekende patiënt met een nieuwe problematiek zélf coördineren en zijn of haar vertrouwenspersoon blijven? We kunnen door confrontatie met seropositieven, door bijscholing en door intercollegiaal overleg geleidelijk kennis en ervaring opbouwen die ons in staat stellen aan de patiënt die deskundigheid...

Voor bepaalde gezondheidsproblemen is de tussenkomst van een gedragstherapeut soms nog de enige mogelijke uitweg. Vandaar het grote belang van een goede samenwerking tussen gedragstherapeut en huisarts. Overleg is noodzakelijk. De huisarts moet op de hoogte zijn van de gedragstherapeutische behandeling om bij noodoproepen van de patiënt deze op een adequate manier te kunnen opvangen. Ook is de steun van de huisarts aan de patiënt tijdens de therapie erg waardevol.

Over het Congres van het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) van 1 december jongstleden berichtten we reeds in het vorige nummer van Huisarts Nu. Het algemene overzicht en de toen weergegeven teneur worden hier met meer details aangevuld. Hierbij wordt ondermeer de Nederlandse situatie op het gebied van praktijkvoering met de Belgische vergeleken.

In het kielzog van de beweging voor betere voorlichting van de patiënt is een groeiende internationale belangstelling onstaan voor de geneesmiddelenbijsluiter. Een patiëntgerichte bijsluiter zou kunnen bijdragen tot hogere therapietrouw, tot meer participatie vanwege de patiënt en tot betere communicatie met de arts. Anderzijds wordt ook gewezen op de mogelijke negatieve effecten van uitgebreide voorlichting over geneesmiddelen. Zo vreest men dat het meedelen van alle mogelijke ongewenste effecten bij sommige patiënten zou leiden tot het optreden van deze effecten via suggestie, tot overdreven...

Automatisering van het dossier biedt voor de huisarts-gebruiker voordelen op velerlei vlak. Eén van deze voordelen die tot nu toe vrij zelden besproken werd, is het gebruik van de tekstverwerker. Deze betekent voor de gebruiker een meerwaarde, waardoor het automatiseren méér wordt dan de dossiers netjes en overzichtelijk bijhouden.

In een aantal artikels reeds vroeger gepubliceerd in Huisarts Nu, kon men kennis maken met de beroepsopleiding van huisartsen. Hierin werd onder meer verder onderzoek aangekondigd. Het eerste dat in dit verband gebeurde was een uitvoerige enquête. We zijn blij de lezers van Huisarts Nu de samenvatting van deze enquête te kunnen aanbieden. Eerst schetsen we doel en methode, vervolgens beschrijven we de belangrijkste bevindingen en tenslotte vragen we ons af welke betekenis dit heeft voor de toekomst van de beroepsopleiding.

Niet alle stuipaanvallen bij jonge kinderen die gepaard gaan met koorts mogen koortsstuipen genoemd worden. Koortsstuipen treden meestal niet meer op na de leeftijd van vijf jaar. Ook worden convulsieve aanvallen bij infecties van het centrale zenuwstelsel, hypernatriëmische deshydratatie of beperkte metabole aandoeningen uitgesloten. Indien koortsconvulsies optreden na de eerste dag van een ziekte met koorts, dan moet men zeker met andere diagnostische mogelijkheden rekening houden...