Menu

“Normaliteit is het vermogen om u aan te passen aan de werkelijkheid van het leven, hoe hard, hoe wreed die werkelijkheid ook mag zijn", schreef ooit een Amerikaans psychiater.

De reeks ‘Mondig ziek zijn " heeft als doel, over een aantal veel voorkomende ziekten goede, verantwoorde voorlichting te geven aan patiënten en hun naaste omgeving.

De verzekeringsreglementering geeft ons, huisartsen, regelmatig problemen. We voelen er ons dikwijls ongemakkelijk bij. Van de medische noch van de technische aspecten hebben we tijdens onze opleiding veel gehoord. Ook in de navorming vinden we bitter weinig over de evolutie van de opvattingen en reglementen terzake. En toch worden we er bijna dagelijks mee geconfronteerd, en moeten we advies geven in zaken die dikwijls ernstige en blijvende medische en vooral financiële implicaties zullen hebben. Wat we dan ook achteloos doen met alle gevolgen vandien. Daarom vonden we de introductie van het...

De huisarts neemt in de gezondheidszorg, zowel op curatief als op preventief vlak een bijzondere plaats in. Door de lage drempel heeft hij diverse contacten met patiënten en hun omgeving. Hierdoor is hij ideaal geplaatst om allerlei momenten en situaties te benutten om GVO te doen ingang vinden. Het is echter maar al te zeer de vraag of huisartsen voor deze taak (voldoende) zijn voorbereid.

De registratie door huisartsen bij hun huisartsengeneeskundig handelen wordt gekenmerkt door een kloof tussen de realiteit enerzijds en de wijze waarop die registratie in theorie kan verlopen (de gedroomde registratie) anderzijds. In het verleden werden reeds allerlei pogingen ondernomen om die kloof te dichten. Of die pogingen ook resultaat af wierpen, vertellen de auteurs in onderstaand artikel.

Het kiezen van een specialist is niet altijd even gemakkelijk. Goede specialistenkeuze maakt goede huisartsengeneeskunde mogelijk. Van de in totaal vierhonderd specialisten in Gent is het onmogelijk om als huisarts op een individuele wijze een gepaste keuze te maken. Daarom werd in een nascholingsgroep een systeem van beoordeling van specialisten ontwikkeld. Zevenduizend ervaringen van huisartsen met specialisten werden in de periode 1986-1988 in een enquête beoordeeld. De resultaten delen we hieronder mee.

De preventiekaart kunnen we bij onze patiënten niet introduceren zonder eerst over preventie zelf te spreken. Preventie is door alle huisartsen al altijd in hun werk geïntegreerd: bloeddruk meten, gewicht nagaan, rookstopadvies, zwangerschapsbegeleiding, uitstrijkjes nemen enzovoort zijn dagelijkse bezigheden. Preventie zonder kaart is dus wel degelijk mogelijk. Nochtans mis je dan de voordelen die de kaart biedt. Hoe je deze kaart kunt introduceren of in de consultatievoering inschuiven zal in dit artikel aan de hand van enkele concrete praktijkvoorbeelden geïllustreerd worden.

In de periode 1984-1988 initieerde de Projectgroep Vroegtijdige Kankeropsporing van de RUG in vijf Oostvlaamse gemeenten acties ter bevordering van de screening naar baarmoederhalskanker. Nieuw was dat de vrouwen tussen 25 en 64 jaar opgeroepen werden om voor een uitstrijkje bij de huisarts te gaan. Zowel voor als na het actiejaar werd via een steekproef-enquête de screeningssituatie in de gemeenten opgemeten. De gegevens en de resultaten worden in onderstaand artikel besproken.

Door de enorme kennisexplosie is de geneeskunde van een onderdeel in een zorgensysteem naar een systeem op zich gegroeid. Het bepaalt zelf wat ziekte is, terwijl de eigenlijke zorgverlening meer en meer uit het oog verloren wordt. Spitsvondige en technische snufjes zijn niet het enige wat patiënten verwachten. Aandacht en zingeving zijn minstens even belangrijke aspecten van een totale zorgverlening. Binnen dit alles is de huisarts op zoek naar een nieuwe identiteit, om een antwoord te vinden op de impasse waarin de huidige gezondheidszorg dreigt te verzeilen.

Het neurologisch onderzoek is, zoals alle elementen uit de propedeutiek, enorm belangrijk. In onze geneeskunde met haar uitgebreide technische hulpmiddelen lijkt het soms of klinisch onderzoek met al de zintuigen waarover we als arts beschikken, overbodig is. Niets is minder waar. Meer nog, als huisarts hebben we de niet onbelangrijke taak uit een veelheid van aangeboden klachten precies te detecteren wat pluis en niet pluis is, wat verder onderzoek nodig maakt en wat we even kunnen laten wachten, en dit alles binnen het bestek van een normale consultatie, ongeveer vijftien minuten.