Menu

Huisartsengeneeskunde is geen exact positieve wetenschap. Ook niet statistisch verwerkbare ervaringen kunnen in de huisartsengeneeskunde belangrijk zijn, wat uit de hierna volgende tekst kan blijken.

Röntgenapparatuur: hoe gaan Vlaamse huisartsen hier mee om, hoe gebruiken ze die apparatuur in hun huisartsenpraktijk, en welk soort huisartsen beschikt over een dergelijk apparaat? Aan de hand van een enquête trachten de auteurs op deze vragen een antwoord te formuleren.

Röntgenonderzoek in de huisartsenpraktijk: voor sommigen een mogelijkheid, voor anderen een noodzaak. De auteurs Remmen en Seuntjens onderzochten hoe ze röntgenonderzoek in eigen praktijk toepassen, en welke mogelijkheden dit voor hun patiënten inhoudt.

Dit artikel beschrijft een registratie van de weekendwachtdienst in de huisartsenkring van Wemmel. De studie liep van mei 1988 tot april 1989 en is grotendeels op eerder verschenen studies geïnspireerd, met name op de registraties in Hasselt en Tielt.

Collega's Maes en Schillemans brengen verslag uit over de jongste telg in de familie van de kwaliteitskringen. Deze onderzoeksmethode is aangepast aan een bredere Eerste Lijn en is een produkt van het VHI en de Koning Boudewijnstichting. Zij werd voor het eerst beschreven in Huisarts Nu 1988 (17), nummer 6. In hetzelfde nummer werden reeds kwaliteitskringen rond diabetes, cara, zwangerschap, echtscheidingen en bejaarden gerapporteerd. Later volgden nog Turkse vrouwen (Huisarts Nu 1989(18); nummer 10) en coma-patiënten (Huisarts Nu 1989 (18), nummer 9).

Van 24 tot 27 mei had in Boedapest (Hongarije) de halfjaarlijkse bijeenkomst voor de European General Practice Research Workshop plaats. Deze workshop is een vrij beperkte en informele bijeenkomst van huisartsen die wetenschappelijk onderzoek verrichten in verschillende Europese landen. Over de bijeenkomst van november jongstleden werd in een vorig nummer van Huisarts Nu reeds verslag uitgebracht (Huisarts Nu 1990; nummer 2: bladzijde 75-76). Ook aan de onlangs georganiseerde workshop namen enkele medewerken van de WVVH deel.

De laatste jaren is in de westerse maatschappij het ziektebeeld drastisch veranderd. Grote epidemies die een aantal decennia geleden de bevolking nog teisterden, werden vervangen door stress, kanker, neurologische problemen enzovoort. Hierbij kan men de vraag stellen welke functies de huisarts kan waarmaken binnen deze veranderde context. Het "Project Landschap 2000" van de WVVH buigt zich over deze problematiek en tracht met het uitwerken van een aantal projecten rond concrete ziekten een voorstel te formuleren.

In een vorig artikel hebben we uiteengezet hoe de studie van levensverhalen ertoe kan bijdragen om te onderzoeken hoe gezondheid in elkaar zit. De reacties op dit artikel waren hoopgevend: vele huisartsen herkennen het thema en weten dat gezondheid onderhevig is aan allerlei invloeden (onder andere maatschappelijke, culturele, economische en individuele). Vele hulpverleners en ook patiënten beseffen dit intuïtief wel, maar dit weten is nog weinig in de concrete praktijk van het wetenschappelijk onderzoek en de geneeskunde zichtbaar.

In een reeks artikels brengt Jan Dn Maeseneer verslag uit van zijn onderzoek naar het belang van attitudes van huisartsen en de samenhang van deze attitudes met het handelen van de huisarts. In deze tweede bijdrage gaat de aandacht naar de mate van somatische dan wel psychosociale oriëntatie, de opvattingen over de huisarts-patiëntrelatie en de opvattingen over de invloed die een huisarts denkt uit te oefenen op zijn situatie en op zijn patiënten.

Dit artikel gaat uit van de veronderstelling dat de Vlaamse huisartsen op zoek zijn naar een (nieuwe) identiteit. In toonaangevende kringen wordt hierover alleszins volop gepraat. Op dit ogenblik is het nog onduidelijk in hoeverre het denken van een intellectuele elite representatief is voor de huisartsengroep in zijn geheel.