Menu

Het onderwerp «vraag naar HIV-antistoftest» werd opgenomen in het registratieprogramma 1988-1989 van de huisartsenpeilpraktijken, om inzicht te krijgen in de mate waarin de huisarts op dit ogenblik met vragen naar de HIV-antistoftest geconfronteerd wordt en welke personen hem of haar hiervoor raadplegen. Tevens werd nagegaan hoe deze belasting voor de huisarts in de toekomst zal evolueren, rekening houdend met de voorspelde toename van het aantal HIV-seropositieven en AIDS-patiënten.

In welke mate worden huisartsen in Vlaanderen met AIDS geconfronteerd ? Hoe staan zij in hun praktijkvoering tegenover deze problematiek ? Zijn er opvallende wijzigingen of blijft alles hetzelfde ?

Een belangrijke bijdrage tot het demystifiëren van AIDS voor mensen met vragen rond deze ziekte wordt geleverd door de tientallen vrijwilligers die de AIDS-Telefoon wekelijks bemannen. Een greep uit enkele frequent voorkomende vragen en antwoorden maakt veel duidelijk over wat leeft rond AIDS in Vlaanderen.

De HIV-infectie is behandelbaar, maar niet te genezen. Wat te bewijzen was: het fundamentele verschil tussen behandelen en genezen. Er is geen vooruitzicht op een medicijn dat de getroffene kan terugbrengen naar de toestand zoals die bestond voor de besmetting. Je kan die niet ongedaan maken. Eens besmet is altijd besmet. Er is geen definitieve remedie, en er is ook geen vaccin. Restitutio ad integrum is in geneeskundige termen niet mogelijk, maar in menselijke wel. Als elke mens kan de HIV-patiënt zich ontwikkelen en ontplooien en kan hij groeien.

Over AIDS komen we in de media alles te weten, lijkt het. Het belang dat in de maatschappij aan de ziekte gehecht wordt, neemt exponentieel toe met de ruimte die erin de pers aan besteed wordt. De huisarts in het veld put daar echter allemaal weinig zelfzekerheid en kennis uit voor wat de uitoefening van zijn/haar werk betreft. Wat is de plaats en de rol van de huisarts in de behandeling en begeleiding van AIDS-patiënten en de preventie van de ziekte ? HANU heeft niet alleen alle specifiek voor de huisarts relevante informatie willen bundelen in een handzaam themanummer (zie andere artikels)...

Ik hoorde dat ik seropositief ben, nu vier jaar geleden, nadat ik wegens een verkoudheid de huisarts raadpleegde.

Als weinig andere ziekten is AIDS ook een sociaal fenomeen en inzet van een politiek gevoerd debat, AIDS komt trouwens ruim aan bod in de pers, vaak op een spectaculaire, sensationele manier. Dat kleurt de maatschappelijke beeldvorming over deze ziekte. Wij huisartsen hebben niet alleen af te rekenen met de louter medische aspecten van AIDS. We moeten ons bezinnen over tal van andere vragen. Het antwoord erop zal onze omgang met het HIV, in de gestalte van patiënten, seropositieven en familieleden, vormgeven. Deze vragen willen we nu kort even overlopen.

Als ik een voordracht geef over algemene preventie, begin ik vaak als volgt: «Preventie in de huisartsenpraktijk is simpel: zij bestaat uit goede voorlichting en enkele eenvoudige opsporingsonderzoeken». Welnu, preventie van AIDS is nog eenvoudiger want zij bestaat uitsluitend uit goede voorlichting. Als huisarts komen we momenteel nog steeds zelden met een AIDS-patiënt in aanraking. Wel wordt de huisarts dagelijks geconfronteerd met allerlei andere aspecten van de AIDSproblematiek zoals ongeruste patiënten, vragen om de «AIDS-test», confrontatie met risicogedrag...

Met testen en hun resultaten moet voorzichtig worden omgesprongen. In de volgende paragrafen wordt de werking van en het omgaan met HIV-testen besproken. Nauwgezette aanpak en controle zijn aangewezen.

Toen het nieuwe syndroom AIDS in 1980 de medische wereld binnendrong, was het een mysterieuze aandoening. Vele speculaties en hypothesen rond deze ziekte kenden een hevig maar kortstondig leven. Nog geen negen jaar na de eerste casuïstieke mededelingen van AIDS, kunnen we toch een samenhangend beeld ophangen van de besmetting met HIV bij de mens en de evolutie van de aandoening schetsen.