Menu

Twee congressen gingen eind vorig jaar na hoe intrafamiliaal geweld beter aangepakt en voorkomen kan worden. Een allesomvattende en gecoördineerde aanpak biedt de beste garantie op herstel.

In België ligt vooral in woonzorgcentra (WZC) het gebruik van slaapmiddelen erg hoog: een op twee rusthuisbewoners neemt benzodiazepines. Richtlijnen voor huisartsen bevelen technieken uit de cognitieve gedragstherapie aan als alternatief. Artsen vinden deze echter moeilijk om te zetten in de praktijk van een WZC, o.a. vanwege organisatorische beperkingen en tijdsnood.

Partnergeweld is een maatschappelijk probleem dat vaak onderschat wordt. Huisartsen weten vaak niet op welke signalen ze moeten letten, hoe ze partnergeweld bespreekbaar moeten maken, welke rol ze moeten vervullen en hoever ze hierin kunnen en mogen gaan. Partnergeweld schaadt zowel op sociaal als economisch gebied en het beïnvloedt de mentale en fysieke gezondheid van individuele vrouwen, mannen, adolescenten en kinderen. Als gezinsarts kan de huisarts in de detectie en aanpak van partnergeweld een cruciale rol spelen.

Met dit derde artikel in de reeks over suïcidepreventie willen we huisartsen een leidraad bieden om suïcidaliteit bij hun patiënten te detecteren en om het risico op effectief suïcidaal gedrag in te schatten. We beperken ons daarbij tot suïcidaliteit bij volwassenen en ouderen zonder ernstige psychotische stoornissen.

De omvang van de met suïcide gerelateerde gezondheidsproblemen werd in het artikel ‘Suïcaal gedrag: Epidemiologie en risicofactoren’ van G. Portzky (Huisarts Nu 2010;39:12-20) uitvoerig besproken. In dit artikel willen we de taak van de huisarts met betrekking tot suïcidepreventie nader toelichten en de huisarts ondersteunen in het begeleiden van adolescenten, volwassenen en ouderen met suïcidale gedachten en van hun directe omgeving. Suïcidepreventie bij kinderen onder de 15 jaar vraagt een specialistische begeleiding en wordt hier niet behandeld. Voor de algemene aanpak van depressie wordt...

Aanbevelingen voor goede medische praktijk zijn richtinggevend als ondersteuning en houvast bij het nemen van diagnostische of therapeutische beslissingen in de huisartsengeneeskunde. Zij vatten voor de huisarts samen wat voor de gemiddelde patiënt wetenschappelijk gezien het beste beleid is. Daarnaast is er de agenda van de patiënt, die een gelijkwaardige partner is bij het nemen van beslissingen. Daarom verheldert de huisarts de vraag van de patiënt door een gepaste communicatie en geeft informatie over alle aspecten van de mogelijke beleidsopties. Het kan dus voorkomen dat huisarts en...

Dit is het tweede artikel waarin verslag wordt gedaan van een schriftelijke enquête bij 323 Vlaamse huisartsen uit evenveel groepspraktijken. In dit deel worden de werkbelasting en tijdsbesteding in groepspraktijken belicht. Uit de cijfers blijkt dat vrouwelijke huisartsen in groepspraktijken minder uren per week werken en minder patiënten zien, vooral op huisbezoek. In vergelijking met hun mannelijke collega's besteden ze meer tijd aan administratie. Van alle huisartsen in de groepspraktijken heeft 30% een andere beroepsactiviteit. Hierin is er geen verschil tussen mannen en vrouwen en ook is...

De groepspraktijk in Vlaanderen is nog steeds in grote mate een familieaangelegenheid. Uit een enquête, die op vraag van het ministerie van Volksgezondheid werd gehouden, blijkt dat 43% van de groepsleden een partner- of familierelatie met een ander lid uit de praktijk heeft. Er zijn wel indicaties dat daarin verandering komt: de groepspraktijken zonder familie- of partnerrelaties zijn immers jonger dan deze mét. Groepspraktijken in Vlaanderen zijn ook een vrouwenzaak: in de groepspraktijken is 40% vrouw terwijl dat 'slechts' 26% is in de totale huisartsenpopulatie. Dé groepspraktijk in...

Hoe vaak worden huisartsen met kindermishandeling in de praktijk geconfronteerd en hoe pakken ze dit aan? Hierover zijn geen gegevens bekend. Daarom werd een enquête opgesteld, waaraan 250 huisartsen meewerkten. Ongeveer de helft van hen had de voorbije vijf jaar een vermoeden van kindermishandeling. De meeste huisartsen verwezen hiervoor naar een deskundige, meestal een pediater, of naar een voorziening zoals een Vertrouwenscentrum. De helft van de bevraagde huisartsen wenste ook meer informatie, vooral dan over wat ze moeten doen bij een vermoeden van kindermishandeling, de juridische en...

Case-finding betekent dat een hulpverlener op eigen initiatief bij een persoon die niet naar een preventief onderzoek vraagt, een test uitvoert om een aandoening te zoeken die geen verband houdt met de reden van contact.