Voor mij zit een zestigjarige vrouw op een stoel aan de tafel van haar kamer in een psychiatrische inrichting. Ze spreekt traag en monotoon, zonder mimiek, en komt gelaten over, alsof ze dit verhaal al dikwijls heeft verteld. Haar intro is duidelijk en heeft geen aanzet nodig: ‘Ik heb de wens om euthanasie te plegen.’