Menu
Geavanceerd zoeken

Hebben allochtone bejaarden nood aan een gespecialiseerde gezondheidszorg, afgestemd op hun specifieke behoeften? Dit vormde het uitgangspunt van een focusgroepenonderzoek in Genk. Het grootste verschilpunt met de autochtone bevolking waren de opvattingen over wie de zorg voor ouderen op zich moet nemen: de kinderen, het rusthuis of de thuiszorg.

Ook in ons land is er dringend nood aan structurele aandacht voor gelijkwaardige zorg voor patiënten uit etnisch culturele minderheden. Z owel op individueel en organisatorisch niveau als op maatschappelijk en beleidsniveau kan een verhoogde aandacht voor diversiteit tot een efficiëntere en meer gelijkwaardige zorg leiden.

Als Turks meisje huisartsgeneeskunde studeren en daarna ook als huisarts aan de slag gaan, is niet vanzelfsprekend. Een allochtone huisarts trekt vooral ‘vreemde’ patiënten aan; de autochtone bevolking blijft vaak weg of komt alleen als ze geen andere keuze heeft.

Moet de huisarts zijn patiënten motiveren om naast niet roken, gezond eten, veilige seks, weinig alcohol, mindfull gezond ook nog eens elke dag 10 000 stappen te zetten en dit zorgvuldig te registreren via een stappenteller? Of is dit net de ultieme disciplinering, opgelegd door een uitgekiende maar onzichtbare en onbenoemde biopolitiek?

Dit proefschrift beschrijft de resultaten van het Diabetes Project Leuven, waarin wordt nagegaan of en hoe de diabeteszorg in ons land verbeterd kan worden. Dé grote wetenschappelijke uitdaging van dit project bestaat erin de gekende methodologische technieken van interventiestudies toe te passen op het relatief nieuwe terrein van kwaliteitsverbetering en richtlijnenimplementatie.

Inzicht in iemands mentale veerkracht of ‘resilience’ kan helpen om ernstige stresssituaties of mentale problemen te verklaren en de mogelijke outcome van de situatie en/of behandeling te voorspellen. Door de hoge correlatie met de kans op burn-out zijn deze veerkrachtsmetingen ook waardevol bij de hulpverleners zelf, om aan die kant van de behandelingstafel beter zicht te krijgen op de kwetsbaarheden en limieten.

Aan de hand van een anonieme vragenlijst werden in tien huisartsenpraktijken patiënten bevraagd over de mate waarin ze folders lezen en/of meenemen uit de wachtzaal. Maar liefst 93% gaf aan wel eens een folder te lezen. De meeste patiënten vonden de folders ook goed verstaanbaar en niet overladen met medisch jargon.

Deze studie exploreert de ervaringen van studenten geneeskunde en hun opleiders met patiëntgerichtheid. Ondersteunende arts-studentrelaties, studentgericht onderwijs en begeleiding die tegemoet komen aan de noden van de arts als persoon, zijn centrale factoren in de ontwikkeling van deze patiëntgerichtheid.

Sinds 2002, waarin zowel de euthanasiewet als de wet op de palliatieve zorg werden goedgekeurd, is er duidelijk meer aandacht gekomen voor de palliatieve zorg. De bijdrage van L. Van den Block brengt helderheid over de verschillende medische beslissingen omtrent het levenseinde van de patiënt en de rol van de palliatieve teams hierin. Heel wat intuïties krijgen hun bevestiging, maar een aantal vragen blijven ook onbeantwoord.

Huisartsen moeten bij een ziek kind altijd bedacht zijn op alarmsignalen voor ernstige infecties, maar zullen nooit al deze infecties tijdig signaleren. Klinische tests, in welke combinatie ook, zijn bovendien tamelijk slecht in staat om een ernstige infectie effectief uit te sluiten. Een goede vangnetstrategie is daarom noodzakelijk, met inschakeling van de ouders.