Menu
Geavanceerd zoeken

Een loodgieter heeft meer dan één soort sleutels nodig bij zijn werk; een arts heeft meer dan één denkkader nodig. Het sociale denkkader is vaak het lelijke eendje uit de reeks: het is weinig eervol, moeizaam en tijdrovend werk met weinig kans op succes. Toch kunnen we er omwille van de veelvuldige en dringende vraag van de patiënt vaak niet onderuit.

Enkele jaren geleden werd eens in de Centrale Raad voorgesteld om meer aandacht te besteden aan de adolescent. Dit lokte toen de volgende spitse commentaar uit: «Die hebben we nog niet gehad; laat ons die categorie patiënten ook maar medicaliseren!»

Het project GVO bestaat ongeveer tien jaar binnen de W.V.V.H.

Gezondheidszorg voor adolescenten is een niet zo eenvoudige zaak. Zowel de adolescent als de hulpverlener hebben er meer dan eens problemen mee.

Dat jongeren om sociale en psychologische redenen met harde drugs experimenteren en daardoor soms verslaafd worden (7/10.000), staat vast. Er wordt de nodige aandacht aan besteed en negatieve en/of bezorgde reacties zijn niet van de lucht. Dat onze jeugd echter meer alcohol, coffeïne en nicotine (de zogenaamde vrije drugs) gebruikt dan gewenst, wordt in onze consumptiemaatschappij schijnbaar zonder meer aanvaard.

Uit een onderzoek, verricht door het Wit-Gele Kruis in 1982, blijkt dat haar thuisverpleging vooral op ouderen gericht is: slechts een kleine 4 % van de bezochte mensen zijn jonger dan twintig jaar. Jongeren worden soms wel naar het Wit-Gele Kruis doorverwezen voor dringende hulp bij een spoedig herstel of een maximaal herwinnen van de zelfstandigheid. Frequenter echter dan de vraag naar technischverpleegkundige zorgen is het contact van de thuisverpleegkunde met de jongere; tijdens haar bezoek aan de gezinnen verneemt ze immers veel over het gedrag van de kinderen. De hulpverlening is dan een...

In Vlaanderen studeren meer dan 100.000 jonge mensen aan universiteiten of hogescholen. Wanneer ze achttien jaar oud zijn, verlaten ze hun vertrouwde omgeving om gedurende drie tot zeven jaar te studeren, te wonen en te leven in de stad waar het onderwijs gegeven wordt. Studenten zijn jonge mensen: men mag dus verwachten dat de meesten over een goede gezondheid beschikken. Toch zijn er specifieke gezondheidsproblemen, eigen aan hun adolescent- en student-zijn.

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar sinds 1 september is het dan toch zover : de vernieuwing van de schoolgezondheidszorg is eindelijk een officieel feit geworden, nadat er jaren over vergaderd en al even lang rond geëxperimenteerd is geworden. De centra, waarvan vorig schooljaar tenminste één equipe het experimentele programma al uitvoerde, moeten vanaf 1 september 1985 volledig volgens de nieuwe regels werken. De overige centra volgen voorlopig nog de vroegere manier van werken, maar ze moeten tegen 1 september 1986 klaar staan voor de omschakeling.

In het kader van GVO-programma's zijn de adolescenten nagenoeg de enige doelgroep die — door hun specifieke kenmerken — zelf mee de strategie bepalen waarmee ze aangepakt zullen worden. Met GVO (gezondheidsvoorlichting en -opvoeding) bedoelen we het geheel van methoden en middelen om informatie te geven, om inzicht te verwerven en om de factoren die de gezondheid bedreigen, te leren hanteren.

De effecten van het milieu op de adolescent: een te complexe problematiek om snel even exhaustief te behandelen. Bovendien zijn er evenveel vormen van adolescentenproblemen als er adolescenten zijn... Het kan dus niet anders dan een algemene benadering worden. Veralgemeningen zijn evenwel steeds abstracties, die in de realiteit dus niet bestaan. Deze relativering niet toelaten — omdat ze ervaren wordt als onzekerheid of onveiligheid — maakt het werken met mensen onmogelijk; het is overigens op zich al een van de oorzaken die aan de basis liggen van heel wat problemen met jongeren, zowel op...