Menu

België scoort ondermaats in de toegang tot de gezondheidszorg voor mensen met een laag inkomen. 7% geeft aan dat het gezondheidssysteem hun zorgbehoeften niet kan opvangen, tegenover het Europese gemiddelde van 3,3%. Ook al blijven deze kwetsbare groepen in ons gezondheidssysteem in de kou staan, België heeft voldoende gezondheidswerkers om de zorgnoden op te vangen.

Het WHO-rapport benadrukt de urgentie om werk te maken van een een adequate zorg voor het mentaal welbevinden van wie opgesloten wordt in een gevangenis: screening bij opname en verblijf in een menswaardige leefomgeving met voldoende ruimte voor privacy en deelname aan een zinvolle dagbesteding.

De slogan ‘Blijf in uw kot’ van onze federale minister van Volksgezondheid had een dwingend, radicaal effect op de hele bevolking: iedereen kroop in zijn of haar schulp. Zelfs aanhoudende lichamelijke klachten waren voor velen geen reden om de dokter te contacteren.

Een gedetineerde in België heeft het recht om dagelijks een arts te zien. In 2015 raadpleegde elke (werk)dag 10% van de gedetineerden de gevangenisarts, wat resulteerde in gemiddeld 18,3 consultaties per gedetineerde per jaar.

De juiste etiologie van infecties van urethra, cervix en rectum zijn niet altijd makkelijk op te sporen. De afnames voor microbiologisch onderzoek zijn geen pretje voor de patiënt én de arts. Het transport is delicaat om geen biologisch materiaal te verliezen. En ten slotte is de verwerking in het labo geen eenvoudige zaak. Alhoewel, gooi alles maar in een PCR en dan komt het wel goed... Dat klinkt eenvoudig, makkelijk, maar is niet altijd de beste optie.

Deze aanslepende coronapandemie heeft niet enkel een impact op de fysieke en mentale gezondheid. Ook kent het een weerslag op de seksualiteitsbeleving, zowel bij koppels die onder hetzelfde dak wonen als voor mensen die single zijn of geen inwonende partner hebben.

De huidige voorzorgen in ziekenhuizen met afstand houden, gescheiden looproutes en consequent gebruik van persoonlijk beschermingsmateriaal maken de kans op besmetting tussen een zorgverlener en patiënt een pak kleiner. Een patiënt die in een ziekenhuis verblijft of deze instelling bezoekt voor onderzoek of behandeling, loopt geen reëel risico om daar COVID-19 op te lopen.

Leeftijd en diabetes mellitus type 2 blijken significante voorspellers voor opname op intensieve zorgen én overlijden van patiënten met COVID-19. Bij vermoeden van COVID-19 zijn huisartsen goed geplaatst om met hen vroegtijdige zorgplanning te bespreken, zoals al dan niet kunstmatig beademen of een opname op intensieve zorgen. Hoe dan ook zijn de therapeutische opties op de reguliere verpleegafdelingen beperkt tot zuurstoftoediening en antibiotica.

Sommige ziekten krijgen voortdurend nieuwe namen. Denk aan de benamingen venerische ziekten en geslachtsziekten die via een tussenstadium van genito-urinaire aandoeningen overgingen in seksueel overdraagbare aandoeningen of soa’s. Het blijven beklijvende infectieziekten die nooit zullen verdwijnen. Want als we daarin lukken, vervalt ook de seksuele overdracht van ‘het leven’, dat zonder onbeschermde seks ten dode is opgeschreven.

Er is geen planeet B en daarom moeten we planeet A(arde) koesteren. Die aanpak leunt aan bij het opkomend concept van ‘One Health’: alle levende wezens op aarde hebben recht op een gezond en evenwichtig leven.