Menu

Volgens de laatste Gezondheidsenquête heeft momenteel één op tien volwassenen diabetes in België. Een heel grote groep heeft bovendien een verhoogd risico om op termijn diabetes type 2 te ontwikkelen. Zo schat men dat ongeveer 25-30% van de 45-plussers een FINDRISC-score ≥12 heeft, dit zijn bijna 700 000 Vlamingen die een duidelijk verhoogd risico op diabetes type 2 en cardiovasculaire aandoeningen hebben. Deze mensen hebben nood aan begeleiding bij de huisarts en leefstijlaanpassing om diabetes type 2 en cardiovasculaire aandoeningen te voorkomen of zo lang mogelijk uit te stellen.

Zwangerschapsdiabetes is een frequente medische complicatie en wordt gedefinieerd als diabetes die pas gediagnosticeerd wordt in het tweede of derde trimester van de zwangerschap. Tijdige behandeling van zwangerschapsdiabetes verkleint het risico op complicaties zoals foetale overgroei en pre-eclampsie en op het ontwikkelen van diabetes type 2 op lange termijn.

‘Kinderen van Ouders met Psychische Problemen worden ook als ‘KOPP’ omschreven: een minderjarige van wie ten minste één ouder een psychische stoornis heeft of een verslavingsprobleem. Het is een verzamelnaam voor een groep kinderen die opgroeit bij een psychisch kwetsbare ouder. Het is belangrijk om deze kinderen vroegtijdig op te sporen en te begeleiden, aangezien ze een verhoogde kans hebben om zelf psychische problemen te ontwikkelen.

Een gedetineerde in België heeft het recht om dagelijks een arts te zien. In 2015 raadpleegde elke (werk)dag 10% van de gedetineerden de gevangenisarts, wat resulteerde in gemiddeld 18,3 consultaties per gedetineerde per jaar.

Hoewel Vlaanderen en Nederland naast elkaar liggen, heeft de zorg buiten de kantooruren er zich verschillend ontwikkeld. In Nederland herorganiseerden de huisartsen rond de eeuwwisseling de eerstelijnsgezondheidszorg in avond-, nacht en weekenduren (ANW). Zo ontstond er een verschuiving van kleine rotatiegroepen naar grootschalige huisartsenwachtposten met 50 à 250 huisartsen die de zorg opnemen voor populaties van 100 000 tot 500 000 inwoners.

Patiënten besmet met het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2) en lijdend aan COVID-19, worden empirisch behandeld met combinaties van geneesmiddelen waaronder oseltamivir. Voor deze aanpak is er nauwelijks evidentie gebaseerd op gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek.

In België is abortus op verzoek van de vrouw mogelijk tijdens de eerste 14 weken van de zwangerschap (gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie). De legale beperkingen op abortus tijdens het tweede trimester van de zwangerschap leiden tot medisch toerisme in de buurlanden. Een abortus in het tweede trimester kan veilig verlopen wanneer deze uitgevoerd wordt door een bekwame gezondheidswerker. Hoe dan ook is er een groter risico op complicaties dan bij een abortus in het eerste trimester van de zwangerschap.

Begin maart 2020 trok een delegatie van Domus Medica en Jong Domus naar Guinee op uitnodiging van Abdoulaye Sow. Sow is huisarts in Conakry, de hoofdstad van Guinee, volgde de master Public Health aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde te Antwerpen en geeft les aan toekomstige huisartsen. Daarnaast is hij directeur van een huisartsenorganisatie (Fraternité Médicale Guinée, FMG) die gezondheidscentra (centres de santé) opricht en bijstaat, ondersteund door Memisa, een Belgische NGO die verschillende projecten omtrent gezondheidszorg in ontwikkelingslanden begeleidt.

Het klassieke betalingssysteem in de Belgische gezondheidszorg voorziet dat de patiënt het volledige bedrag (honorarium) van een consultatie of huisbezoek aan de huisarts betaalt, waarna de ziekteverzekering achteraf een deel terugbetaalt. Sinds 1 oktober 2015 zijn huisartsen verplicht om voor patiënten met een ‘verhoogde terugbetaling’ die zich op raadpleging aanbieden, het systeem van derdebetalersregeling toe te passen.

Uit eerder onderzoek blijkt dat het werken op de wachtpost invloed heeft op het antibioticavoorschrijfgedrag van de huisarts. De specifieke context van de wachtpost verschilt van de eigen praktijk door eerste en eenmalige contacten met de patiënt, tijdsdruk, het gevoel een andere professionele rol/identiteit te hebben, het ontbreken van follow-up, enzovoort. De meeste huisartsen hebben het gevoel dat hun drempel om voor te schrijven daardoor daalt.