Het bevragen, registreren en analyseren waar een besmetting met COVID-19 zich heeft voorgedaan, gebeurt in België nauwelijks. Deze huisartsen gingen daarom zelf aan de slag.
Een jaar geleden, op 16 maart 2020, werd een noodplan voor de huisartsgeneeskunde afgekondigd om de verspreiding van COVID-19 in te dijken. Hoe hebben huisartsen deze eerste periode ervaren?
Meer dan tien jaar na zijn invoering slaagt het zorgtraject chronisch nierinsufficiëntie er niet in zijn doelstellingen te bereiken. Kan dit zorgtraject nog gered worden?
Een multidisciplinaire aanpak is nodig om chronische nierinsufficiëntie tijdig in kaart te brengen, complicaties op te vangen en de medicatie te bewaken.
De huisapotheker stelt alles in het werk om de behandeling voorgeschreven door de huisarts, correct op te starten en de patiënt waar nodig te begeleiden.
Zowel bij artsen als patiënten zijn er barrières om een sociale problematiek te bespreken, wat ook doorverwijzing naar de maatschappelijk werker bemoeilijkt. Hoe kan dit beter?
De geraadpleegde artsen-consulenten bij euthanasie dienen onafhankelijk te zijn. Maar de wet bepaalt het begrip niet en geeft ook geen criteria om deze onafhankelijkheid te toetsen.
Gezien de positieve ervaringen is de kans groot dat het teleconsult blijft. Maar in welke situaties is het teleconsult gepast? En hoe dit praktisch en veilig organiseren?
Om de kans op COVID-19 te bepalen is het klinisch relevant het moment in de epidemie te kennen, maar ook de leeftijd, het geslacht, de risicofactoren, symptomen en vaccinatiestatus van de patiënt.
Evidence-based medicine (EBM) combineert het best beschikbare wetenschappelijke bewijs met de wensen van de patiënt en de klinische expertise van de arts. In de praktijk is dit is belangrijk maar ingewikkeld.