Menu

Mobile health is de ‘missing link’ in geïntegreerde zorg en welzijnszorg. Zorg verschuift hierdoor van residentieel naar ambulant en op langere termijn naar de individuele thuisomgeving. Toch is er nog weerstand.

In Europa is de markt van de generische middelen enorm gegroeid. De verkoop loopt sterk uiteen in de verschillende landen, maar varieert van 10% tot 90% van de totale markt. In België zijn de generische middelen goed voor ongeveer 15% van het totale farmaceutische marktaandeel in verkochte verpakkingen.

De resultaten van de waardevolle Vlaamse studie naar sneltesten in dit tijdschrift zijn opvallend (zie blz. 196). Het beperkte actuele gebruik staat in schril contrast met de grote behoefte aan nieuwe point of care (POC)-testen in de praktijk, althans opgetekend door (een selectie van) huisartsen die de moeite hebben genomen hiertoe een vragenlijst in te vullen.

In de tweede helft van de 20e eeuw beschikten veel huisartsen in hun praktijk over een beperkte set van laboratoriumtesten die zij zelf uitvoerden (albuminurie door kookproef, glucosurie, hemoglobine,...). Een forse uitbreiding van de diagnostiek aan de hand van laboresultaten werd in eerste instantie in de huisartsenpraktijk mogelijk gemaakt door centralisatie van analyses in een aantal laboratoria.

In haar doctoraat pleit psychologe Kim Beernaert voor een dringende aanpassing van het palliatief statuut. Deze zorg moet vroeger opgestart kunnen worden en niet enkel door gespecialiseerde diensten gebeuren.

Zowel slaapproblemen als hypnoticagebruik nemen in onze maatschappij een belangrijke plaats in. Volgens Anthierens gebruikt 13% van de bevolking wel eens benzodiazepines. De Folia Farmacotherapeutica besluit tot een cijfer van 10%, wat volgens hen kan oplopen tot 20 à 50% in rust- en verzorgingstehuizen. Het probleem kent nog steeds een stijgende incidentie, ondanks het verslavende karakter van benzodiazepines, het uitgebreide nevenwerkingenprofiel en de beperkte efficiëntie om de slaapkwaliteit en slaapduur op lange termijn te verbeteren.

Als startende praktijkopleider werd mijn aandacht getrokken naar dit boek. Wat doet een praktijkopleider en wat betekenen STACO en ROC ook alweer? Een blik op de inhoudstafel zal vele opleiders doen watertanden: sollicitatiegesprekken, opleiden op de werkvloer, werkplekleren, disfunctionerende aios,…

Dit boek biedt een wetenschappelijk onderbouwde fundering bij het klinisch onderzoek, de diagnose en het uitvoeren van specifieke testen bij patiënten met klachten aan het bewegingsapparaat. Een indrukwekkende lijst van referenties is daarvan getuige. Dit boek is in de eerste plaats bedoeld voor de Nederlandse patiënten die zich rechtstreeks aanmelden bij de fysiotherapeut.

Kankerpatiënten krijgen steeds vaker een individuele, multidisciplinaire behandeling. De tijd dat de systemische behandeling van kanker eenvoudigweg ‘chemo’ kon worden genoemd, is voorbij. In hun basisopleiding missen huisartsen echter vaak de oncologische achtergrondkennis. Dit boek, ontstaan vanuit een serie nascholingsartikelen, is bedoeld om deze lacune te dichten.

Als negendejaars is het de bedoeling dat ik al eens nadenk hoe ik mijn eigen praktijk wil vormgeven. Dit boek heeft mij deels een antwoord gegeven op mijn vragen. Alles staat kort uitgelegd en is goed te volgen, zonder dat er te veel in detail wordt getreden. In het eerste hoofdstuk rond contractregeling worden de voor- en nadelen van de verschillende manieren op tafel gelegd. Dit is meteen een antwoord op de meest prangende vraag van huisartsen die willen samenwerken.