Menu

Dit soort duidelijke bevindingen zouden door huisartsen die veel kinderen met acute otitis media zien, moeten worden toegejuicht. Tot hiertoe was immers niet duidelijk welke kinderen met acute otitis media al dan niet baat hebben bij antibiotica.

Hoe dikwijls raden we onze patiënten niet aan om voldoende te slapen? “Als jongere heb je toch minstens 8 uur per dag nodig”, zo hebben wij het van onze ouders geleerd. En zo geven we het door aan onze patiënten, zeker in tijden waarin de slaapbehoefte op de proef wordt gesteld, bijvoorbeeld tijdens examenperiodes.

Het metabole syndroom (hyperglykemie, insulineresistentie, hyperinsulinemie, hypertensie, obesitas, dyslipidemie) gaat samen met een verhoogd cardiovasculair risico. Bij mensen met dit syndroom stelt men verhoogde inflammatoire parameters en een verminderde endotheliale functie vast.

Farmaceutische bedrijven gebruiken verschillende methodes om het voorschrijfgedrag van artsen te beïnvloeden. Het aanbieden van gratis stalen, cadeautjes en uitstapjes onder het mom van ’bijscholing‘ doen het vrij goed.

Dit themanummer is volledig gewijd aan de huisartsenopleiding. U komt te weten hoe hibo’s hun tijd zoal doorbrengen, hoe hun praktijkproject eruitziet, hoe ze in het ziekenhuis aan hun trekken komen, wie hun praktijkopleider is en wat voor eindproef hen te wachten staat na negen jaar onderwijs: zeven jaar aan de universiteit en twee jaar aan het ICHO.

Om emotionele en gedragsproblemen bij kinderen te meten is de Child Behavior Checklist de gouden standaard. Toch kan ook de Pediatric Symptom Checklist een nuttige rol spelen in de vroegdetectie van deze problemen, vooral omdat deze vragenlijst voor de ouders gebruiksvriendelijker is. Dit onderzoek toont aan dat de Nederlandstalige versie van deze vragenlijst voor de onderzochte populatie ook voldoende betrouwbaar en valide was om in de praktijk te gebruiken.

In dit focusgroepenonderzoek werd nagegaan hoe huisartsen de therapietrouw bij hun patiënten met diabetes type 2 inschatten. Huisartsen bleken het vooral moeilijk te hebben met de groep van ‘niet te motiveren’ diabetes type 2-patiënten die, ondanks hun inspanningen, weinig therapietrouw bleven. Een gedeelde zorg en verantwoordelijkheid over de behandeling tussen arts en patiënt zou mogelijk ook deze groep diabetes type 2-patiënten kunnen overtuigen om hun ziekte en opvolging ernstig te nemen.