Toen de Wereldgezondheidsorganisatie in 1990 vijf concrete doelstellingen formuleerde om de verwikkelingen bij niet-insulinedependente diabetes mellitus op te sporen en te beperken, werd daarbij gewezen op de belangrijke rol van de eerstelijnsgezondheidszorg. Hoe kan de huisarts in de praktijk bijdragen om deze doelstellingen te realiseren? Met die vraag in het achterhoofd werd de NHG-standaard voor diabetes aan een kritische analyse onderworpen. Zijn de voorgestelde tests valide en relevant? En vooral, is het beleid dat in deze Nederlandse standaard wordt voorgesteld, haalbaar in de Vlaamse...