Menu

Eén op acht oudere personen lijdt aan een ouderdomsdepressie, die vaak moeilijk te onderscheiden is van andere aandoeningen. Een multidisciplinaire aanpak kan hun levenskwaliteit verbeteren.

Volgens de Gezondheidsenquête uit 2013 heeft maar liefst een derde van de Belgische bevolking slaapproblemen. In de herziene richtlijn ‘Slaapklachten en insomnie bij volwassenen’ wordt een getrapte aanpak voorgesteld om deze patiënten beter te helpen en op te volgen. Nadruk ligt op een nietmedicamenteuze aanpak en het oordeelkundig gebruik van slaapmiddelen.

De oorspronkelijke Domus Medica-richtlijn Depressie dateert van 2008. Sindsdien is er onder andere meer aandacht geweest voor de aanpak van depressie bij ouderen en werd voor het eerst een multidisciplinaire en gestructureerde aanpak in woonzorgcentra (WZC) onderzocht. Ook de niet-medicamenteuze aanpak van depressie is meer en beter onderzocht.

Kwalitatief onderzoek naar voorschrijfgedrag door huisartsen Het (chronisch) gebruik van antipsychotica bij bewoners in Belgische woonzorgcentra (WZC) ligt hoog. In het kader van het PHEBE-project vonden Azermai et al. dat ongeveer een op de drie bewoners (33%), ongeacht de aanwezigheid van dementie, een antipsychoticum toegediend kreeg.1 Bij 93% van hen was dit gebruik chronisch (= langer dan drie maanden). Ook uit cross-sectioneel onderzoek in Brugse woonzorgcentra bleek 29% van de bewoners antipsychotica te gebruiken. Bij dementie worden antipsychotica voornamelijk aangewend om...

In België ligt vooral in woonzorgcentra (WZC) het gebruik van slaapmiddelen erg hoog: een op twee rusthuisbewoners neemt benzodiazepines. Richtlijnen voor huisartsen bevelen technieken uit de cognitieve gedragstherapie aan als alternatief. Artsen vinden deze echter moeilijk om te zetten in de praktijk van een WZC, o.a. vanwege organisatorische beperkingen en tijdsnood.

Stress, surmenage en burn-out zijn voorbeelden van veelvoorkomende maar weinig bestudeerde psychische problemen in de eerste lijn. In de literatuur zijn deze begrippen slecht omschreven en blijkt een standaardaanpak voor huisartsen niet voorhanden. Aan de hand van een casus wordt in dit eerste deel bij deze begrippen stilgestaan.

Onderschat de huisarts het suïciderisico tijdens de diagnostiek van een depressie? Is er sprake van overbehandeling met antidepressiva bij patiënten met een minder ernstige vorm en van onderbehandeling bij patiënten met een ernstige vorm van depressie? En worden deze patiënten goed opgevolgd?

Welke structurele interventies kan de huisarts nemen bij stress, surmenage en burn-out? En hoe kan de huisarts, in overleg met de patiënt, een zinvolle invulling van het ziekteverlof plannen zodat het herstel optimaal kan gebeuren?

Wereldwijd zijn zorgverleners en beleidsmakers verontrust door de toename van depressie. De meeste zorgverlening voor patiënten met psychische problemen gebeurt op de eerste lijn. In België gaat 77% van wie zorgverlening zoekt voor een psychisch probleem naar de huisarts.

Gerda komt voor de eerste keer op de praktijk langs. Ze is kunstschilder, woont samen met haar vriend in de buurt en heeft een gehuwde dochter. Gerda nadert de zestig en komt op consultatie wegens hielsporen. Daar heeft ze al lang last van, vooral aan de rechtervoet heeft ze veel pijn.