Menu

In deze casus wordt de klacht van een jongeman met pijn op de borst na gebruik van cocaïne besproken. Het diagnostisch redeneren wordt geëxpliciteerd van aanmelding over diagnostisch landschap en diagnose naar hulpaanbod in deze specifieke casus. Er wordt specifiek gefocust op de waarde van het elektrocardiogram (ECG) in deze casus.

Walen, Vlamingen, cardiologen en huisartsen, allemaal verenigd rond één en dezelfde tafel, begeleid door experts en huisartsen uit het veld tijdens twee toetsingsrondes, met als resultaat een richtlijn Chronisch hartfalen? ‘Yes, we can!’

Duizeligheid is een frequente klacht én een diagnostische uitdaging voor de huisarts. Als de patiënt een niet-westerse achtergrond heeft, is die uitdaging nog groter. Het is dan belangrijk om tijdens de anamnese de klachten en symptomen juist te benoemen en te communiceren. Klinisch onderzoek is vaak weinig discriminerend. De indeling van duizeligheid in vertigo, presyncope, disequilibrium en niet-specifieke duizeligheid blijkt bovendien vaak niet zinvol. Symptomen zoals episodeduur en uitlokkende factoren hebben meer gewicht en blijken beter te discrimineren.

Chlamydia-infecties blijven in aantal toenemen. Ze kunnen leiden tot ‘Pelvic Inflammatory Disease’ (PID), buitenbaarmoederlijke zwangerschap en infertiliteit. Enige vorm van screening dringt zich dus op. Maar de nu reeds zwaar belaste huisarts opzadelen met nog een nieuwe taak, is niet vanzelfsprekend. In het kader van een prevalentiestudie in Antwerpen werd onderzocht hoe huisartsen de infectiestatus van hun patiënten beoordelen en welke invloed hun verwachtingen en de testresultaten hebben op hun verder testgedrag. Uit de resultaten blijkt dat de deelnemende artsen het SOI-risico bij hun...

In dit derde artikel van de reeks Klinische logica nemen de auteurs de overgang van diagnosestelling naar verder beleid onder de loep. Hierbij beantwoorden ze twee belangrijke vragen: (1) wanneer is de waarschijnlijkheid van een vooropgestelde diagnose op een bepaald moment voldoende hoog om zinvolle hulp aan te bieden? en (2) kan een bijkomend (para)klinisch gegeven (zoals de uitslag van een test) de beslissing om hulpaanbod op te starten, nog wijzigen? Zij reiken ons tevens handvatten aan om de beslissing tot hulpaanbod accuraat en logisch te onderbouwen.

In dit tweede artikel van de reeks Klinische logica gaan de auteurs aan de slag met één werkhypothese uit het diagnostisch landschap van de voorbeeldcasus, namelijk ‘meningitis’ (zie vorig artikel). De vraag van waaruit zij vertrekken is: hoe verhouden de bevindingen ‘koorts’, ‘hoofdpijn’, ‘niet braken’ en ‘nekstijfheid’ zich tot de werkhypothese ‘meningitis’. Ze loodsen ons mee doorheen het proces van hypotheseaftasting om ten slotte de finale nakans op meningitis te berekenen.

We staan er niet meer bij stil, maar hoe ‘denken’ artsen als ze een patiënt zien met een bepaalde klacht? Wat gebeurt er eigenlijk in hun brein? Waarom kan een diagnosestelling de mist ingaan? En hoe kan een diagnostisch landschap helpen? Dit artikel beschrijft hoe artsen vanuit een centraal aandachtspunt of niet-pluisklacht een diagnostisch landschap kunnen uitekenen en hoe ze bepaalde valkuilen uit de weg kunnen gaan.

Waarom de klinische logica? Welke behoefte vult deze nieuwe discipline in voor de huisarts? Deze inleiding op de reeks legt de nadruk op het complexe proces van de diagnosestelling en verduidelijkt de plaats van de klinische logica hierin.

Tijdens het afgelopen decennium hebben de leden van de werkgroep Medische Besliskunde van de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen (WVVH) intensief gewerkt aan de theoretische onderbouw van hun nieuwe strategie, de ‘klinische logica’. Inmiddels werd deze ook praktisch uitgetest op verschillende opleidingsniveaus: ‘basisopleiding tot arts’, ‘voortgezette opleiding tot huisarts’, ‘bijeenkomsten van stagemeesters’ en ‘nascholingen van gevestigde huisartsen’.

In dit vierde en laatste artikel van de reeks Klinische logica vestigen de auteurs de aandacht op cognitieve fouten die tijdens het diagnostisch denkproces kunnen voorkomen: bij het uittekenen van een diagnostisch landschap, bij het inschatten van voorkansen of het inschatten van drempels. De auteurs formuleren een aantal praktische tips om deze fouten te leren zien en voorzien. Daarnaast zetten ze de meest essentiële punten van hun strategie nog eens op een rijtje.