Menu

Hij ligt languit op de sofa en zij zit rechts naast hem. Hun vier handen omstrengelen een klein donkerhouten kruis, zodat de tattoo van de paternoster op de rugzijde van haar linkervoorarm duidelijk zichtbaar wordt. Twee kettinkjes die uitmonden op een zwart kruis.

Het lukt hem niet, het knoopje van zijn rechtermanchet los te maken. Niet makkelijk, zo zonder duim, nu al twaalf jaar na de feiten. Het schuldgevoel huist nog steeds in mij, omdat ik het vroeger had moeten ontdekken, denk ik dan, misschien. Ik help hem dan maar uit de nood, want ik beschik nog over beide.

Veel meer dan dat is het niet: enkele ampullen deskundig intraveneus toegediend en weg is het leven, stopt het hart, verwijdt de pupil, verslapt de spiertonus en begint het rouwproces van de familie. Het lijkt een vrij mooie maartse dag te worden. Onverwacht goed uitgeslapen, sta ik vroeg op en begin aan het ritueel van de gifmenger, of nog: de mise en place van de uitvoerder. Dormicum® 5 ml, 10 ml spoelmiddel, vijfmaal 20 ml Diprivan® en tweemaal 20 ml Mivacron®. Voldoende vleugelnaalden voorzien, want ze 'heeft geen aders', wat me de laatste dagen behoorlijk zenuwachtig maakt. Stel dat ik...

Kan ik het anders stellen: dat ze in alle soorten komen, de patiënten? Eén bepaalde soort verdient onze speciale aandacht, met name de Zwarte Pieten. Het zijn de mensen die in een groep samenwerkende huisartsen steevast aan mekaar worden doorgegeven, met een grijns.

Hij lachte niet veel, hoogstens liet hij een glimlach zien. Hij was meestal wat verlegen en onderdanig, en hield zijn hoofd nu wat schuin. Die morgen lag hij al urenlang in zijn bed in hun slaapkamer, te wachten. Die uren verstreken langzaam, zodat hij tijd had om zijn leven te zien voorbijgaan, als in slow motion, met de goede maar ook pijnlijke herinneringen.

Voor mij zit een zestigjarige vrouw op een stoel aan de tafel van haar kamer in een psychiatrische inrichting. Ze spreekt traag en monotoon, zonder mimiek, en komt gelaten over, alsof ze dit verhaal al dikwijls heeft verteld. Haar intro is duidelijk en heeft geen aanzet nodig: ‘Ik heb de wens om euthanasie te plegen.’

Patiënten. Als je een beetje kijkt, zijn ze ongeveer allemaal speciaal. Maar de ene is specialer dan de andere en krijgt dan soms een grotere plaats in je hart. ‘Me maai’, als intro aan de telefoon. Snel wist iedere haio dat dat alleen Annie kon zijn.

Soms zou je wel willen weglopen, omdat dat de eenvoudigste en veiligste oplossing is. Iedere zorgverstrekker kent dat gevoel: de sprong in het onbekende, de fantasie die vaak erger is dan de realiteit, de vrees voor wat komen zal. Angst kent veel gezichten en toch is het misschien best om die niet te veel te tonen.

Iedere huisarts kent dat weeë gevoel, van de patiënt die zijn steekkaart opvraagt of gewoon wegblijft. Als je dan voorbij een huis rijdt, maak je scenario’s. Als je hen tegenkomt in het grootwarenhuis of op café, begin je te denken. Is er iets gebeurd? Waar heb ik gefaald of wat maakte een einde aan onze relatie? Waren ze boos of gewoon uitgekeken?

Had ik deze patiënt beter moeten volgen? Was ik niet te kort aan de telefoon geweest? Waren er signalen die ik niet had gezien…? Huisartsen worden vaak verteerd door schuldgevoelens, maar of hun aandeel zo groot is in het menselijk lijden, is nog maar de vraag.