Menu
Geavanceerd zoeken

Dit artikel is gebaseerd op een voordracht van prof. dr. J. De Maeseneer op de Derde Psyche-Somabijeenkomst van de Society for Psychomatic Medicine op 15 december 1995 te Gent. Het heeft niet de bedoeling een wetenschappelijk overzicht te geven van de huidige kennis rond het chronisch vermoeidheidssyndroom en/of myalgische encephalomyelitis (ME). De tekst wil meer een essayistische collage van reflecties brengen aan de hand van volgende vragen: wat is de functie van het naam-geven aan ziekten voor de geneeskunde als wetenschap en wat betekent dit benoemen voor de arts, patiënt en samenleving?

Door patiënten in contact te brengen met lotgenoten vervullen zelfhulpgroepen een heel eigen functie binnen de hulpverlening. Patiënten leren op die manier hun probleem of aandoening (beter) te (h)erkennen, te accepteren en te hanteren. Vaak worden ze ook mondiger en nemen ze een actievere rol op in hun gezondheid. Op die manier werkt een zelfhulpgroep emanciperend. Daarnaast verzamelen en verstrekken zelfhulpgroepen informatie, die ook voor huisartsen van belang kan zijn. Hoe huisartsen en zelfhulpgroepen tot een goede, complementaire samenwerking kunnen komen, wordt hieronder met voorbeelden...

Hoe zijn zelfhulpgroepen georganiseerd en voor wie zijn ze bedoeld? Welke probleemgebieden pakken ze aan en hoe kunnen ze hulp bieden? Deze en andere vragen vormden het uitgangspunt van een onderzoek in Vlaanderen door het Trefpunt Zelfhulp. Door meer en juiste informatie aan te reiken hoopt deze vereniging een aantal vooroordelen weg te werken en tot een betere samenwerking tussen zelfhulpgroepen en artsen te komen. Beide hebben immers een functie in de hulpverlening. Dit wordt in een volgend artikel (zie blz. 127-130) met praktijkvoorbeelden aangetoond.