Menu

Hoewel een elektronisch medisch dossier (EMD) de gezondheidszorg kan bevorderen, waren artsen in de Verenigde Staten traag om met het gebruik ervan te starten. Deze studie gaat na in welke mate artsen het EMD in de ambulante praktijk gebruikten, alsook hun tevredenheid over het systeem, het ingeschatte effect op de kwaliteit van zorg en de ervaren drempels bij het gebruik.

Het voorschrijfgedrag van (huis)artsen wordt nauwlettend in de gaten gehouden, met als doel zo kosteneffectief mogelijk voor te schrijven. Tot nu toe konden studies de grote verschillen in voorschrijfgedrag tussen de praktijken echter niet voldoende verklaren.

Naast het specifiek therapeutische effect van een behandeling zijn er ook contextfactoren die maken dat een behandeling min of meer zal aanslaan. Deze niet-specifieke effecten stelt men vaak gelijk met het placebo-effect.

Of het vaststellen van een te hoge bloeddruk in onze dagelijkse praktijk resulteert in het opstarten of intensifiëren van een antihypertensiebehandeling wordt door meerdere factoren beïnvloed. De aanwezige comorbiditeit blijkt daarbij een belangrijke factor te zijn, zo blijkt uit een recent onderzoek in zes eerstelijnspraktijken in Philadelphia (VS).

Via de introductie van een zorgcoördinator in een zorgregio kan een veranderingsproces op gang gebracht worden met als doel tot een sterker geprofileerde en professioneel georganiseerde eerste lijn te komen. Deze hypothese werd uitgetest in een onderzoeksproject dat in de zorgzone Halle van oktober 2003 tot september 2004 liep. De ervaringen werden gebundeld in een ‘generiek scenario’ voor veranderingsmanagement in de eerste lijn, dat ook in andere regio’s kan worden toegepast.

Dit onderzoek gaat na of niet-medische factoren een rol spelen bij het voorschrijven van antibiotica bij acute hoest. Zo blijkt de vraag van de patiënt naar antibiotica zoals gepercipieerd door de huisarts, het voorschrijfgedrag te beïnvloeden, zeker bij een normale longauscultatie. Aanbevelingen voor een goed gebruik van antibiotica in de huisartsenpraktijk zullen met niet-medische factoren moeten rekening houden.

In dit deelonderzoek in Antwerpse huisartsenpraktijken werd nagegaan wie de noodpil gebruikt en waarom. Noodpilgebruiksters bleken een heterogene groep te zijn wat leeftijd, opleidingsniveau en etniciteit betreft. Wel was er een duidelijke associatie tussen noodpilgebruik en een chlamydia-infectie. Het lijkt erop dat vrouwen die in het verleden onveilig vrijgedrag vertoonden, dit blijven doen en daarmee een verhoogd risico op een soa lopen. Er is dus ook nood aan een goede counseling door de huisarts over contraceptie en preventie van soa.

Kan de huisarts kwalitatieve en juist geïnterpreteerde spirometrietesten afleveren? Uit dit praktijkonderzoek, waarin de kwaliteit en de interpretatie van deze testen van een hibo met praktijkopleider, longarts en fysioloog werden vergeleken, bleek van wel. Dit betekent dat de huisarts dankzij spirometrie op een systematischere manier patiënten met obstructief longlijden kan opsporen en de behandeling beter op de diagnose kan afstemmen.

Het Diabetesproject Aalst is een verkenning naar de voorwaarden om de chronische zorg voor diabetes type 2 patiënten in ons land te verbeteren. Op basis van het Chronic Care Model werd een regionaal zorgprogramma uitgewerkt. Een belangrijk uitgangspunt is dat de huisartsenpraktijk een centrale rol heeft in de diabeteszorg en dat er maximaal wordt samengewerkt met de reguliere zorgverleners. Patiënten kunnen, op verwijzing van de huisarts, een educatieprogramma volgen.