Menu

De herziene richtlijn 'Cardiovasculaire risicobepaling' heeft gevolgen voor de praktijk door de introductie van een aangepaste SCORE-tabel, een extra risicoklasse en reclasserende factoren.

Fysieke inactiviteit is een risicofactor voor chronische aandoeningen die mogelijk tot voortijdige sterfte kan leiden. Dagelijks voldoende fysieke activiteit kan de kans op het ontwikkelen van cardiovasculaire aandoeningen, overgewicht, diabetes mellitus, depressie en angst verkleinen. Net als fysieke inactiviteit heeft ook sedentair gedrag (langdurig zitten) nefaste gevolgen op de fysieke en mentale gezondheid. Voldoende fysieke activiteit en het beperken van sedentair gedrag zijn beide belangrijk om gezond ouder te worden.

Op populatieniveau ziet men voor nuchtere en niet-nuchtere bepalingen gelijkaardige verbanden tussen lipidenconcentratie en cardiovasculair risico. Een post-hoc analyse van de Anglo Scandinavian Cardiac Outcomes Trial-Lipid Lowering Arm onderzocht als eerste op individueel niveau het verband tussen het voorkomen van coronaire gebeurtenissen en de lipidenconcentratie gemeten op een nuchter versus een niet-nuchter bloedstaal. De onderzoekers wilden ook nagaan of het gebruik van niet-nuchtere in plaats van nuchtere lipidenbepalingen zou leiden tot een misclassificatie van het cardiovasculaire...

Om preventieve zorg te doen slagen is zelfmanagement door de burger cruciaal. Ook het paradepaardje van de preventieve zorg, de Gezondheidsgids, maakt deze transitie naar meer zelfmanagement. Met deze visietekst wil het kennisdomein Preventie en Gezondheidspromotie verduidelijken hoe dit in de praktijk kan worden doorgevoerd.

Naast mensen in blakende gezondheid zijn er patiënten met een chronische ziekte of een verhoogd risico op ernstige aandoeningen (onder andere bij sedentair gedrag), waarbij verhoogde fysieke activiteit een bewezen beschermend effect heeft en hun levenskwaliteit verbetert. Dit past binnen het actuele concept over gezondheid. Gezondheid is het vermogen van mensen zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.

Val- en fractuurpreventie in de huisartsenpraktijk is een complexe problematiek. Het detecteren van personen met een verhoogd risico op vallen, het bepalen van de onderliggende oorzakelijke factoren en het zoeken van oplossingen in samenspraak met de patiënt en zijn omgeving kan enkel multidisciplinair gebeuren en vergt samenwerking binnen de eerste en zo nodig met de tweede lijn.

Huisartsen kunnen een belangrijke rol spelen bij het verhogen van de fysieke activiteit van hun patiënten. Niet alleen gezonde en oudere mensen, maar ook chronische patiënten hebben hier baat bij. Een grondige anamnese en kort klinisch onderzoek leveren voldoende informatie om veilig de fysieke activiteit aan te vangen en eventueel op te drijven.

Jaarlijkse influenzavaccinatie van risicopersonen is algemeen aanvaard en wereldwijd toegepast sinds de Tweede Wereldoorlog. Ouderen (65 jaar en ouder), bij wie ongeveer 90% van de influenzagerelateerde sterfte optreedt, personen met comorbiditeit ongeacht de leeftijd en kinderen met een chronische acetylsalicylzuurbehandeling zijn wereldwijd de voornaamste doelgroepen.

Aanbevelingen voor goede medische praktijk zijn richtinggevend als ondersteuning en houvast bij het nemen van diagnostische of therapeutische beslissingen in de huisartsengeneeskunde. Zij vatten voor de huisarts samen wat voor de gemiddelde patiënt wetenschappelijk gezien het beste beleid is. Daarnaast is er de agenda van de patiënt, die een gelijkwaardige partner is bij het nemen van beslissingen. Daarom verheldert de huisarts de vraag van de patiënt door een gepaste communicatie en geeft informatie over alle aspecten van de mogelijke beleidsopties. Het kan dus voorkomen dat huisarts en...

Aanbevelingen voor goede medische praktijk zijn richtinggevend als ondersteuning en houvast bij het nemen van diagnostische of therapeutische beslissingen in de huisartsengeneeskunde. Zij vatten voor de huisarts samen wat voor de gemiddelde patiënt wetenschappelijk gezien het beste beleid is. Daarnaast is er de agenda van de patiënt, die een gelijkwaardige partner is bij het nemen van beslissingen. Daarom verheldert de huisarts de vraag van de patiënt door een gepaste communicatie en geeft informatie over alle aspecten van de mogelijke beleidsopties. Het kan dus voorkomen dat huisarts en...