Menu

Zowel in Nederland als Vlaanderen maakt het (leren) werken op de wachtpost integraal deel uit van de huisartsenopleiding. Maar er zijn heel wat verschillen.

Contact met de natuur zorgt voor stressreductie, minder depressie en frustratie, beter algemeen welzijn en meer positieve energie. Welke handvaten helpen deze kennis te implementeren in de praktijk?

Na mijn afscheid als academicus aan de UAntwerpen ga ik weer aan de slag als huisarts. Tussen beide is een wisselwerking: een afdeling huisartsgeneeskunde moet voortdurend haar voelhorens in de praktijk hebben en het veld voeden met ideeën en evidentie.

Zorg voor mensen met een chronische aandoening is niet eenmalig maar een continuüm: van mensen zo vroeg mogelijk opsporen en dus screenen en testen over de juiste diagnosestellen en periodiek opvolgen tot hun behandeling oppunt stellen om uiteindelijk hun chronische ziekte ‘goed gereguleerd’ te krijgen.

Hoewel Vlaanderen en Nederland naast elkaar liggen, heeft de zorg buiten de kantooruren er zich verschillend ontwikkeld. In Nederland herorganiseerden de huisartsen rond de eeuwwisseling de eerstelijnsgezondheidszorg in avond-, nacht en weekenduren (ANW). Zo ontstond er een verschuiving van kleine rotatiegroepen naar grootschalige huisartsenwachtposten met 50 à 250 huisartsen die de zorg opnemen voor populaties van 100 000 tot 500 000 inwoners.

Uit eerder onderzoek blijkt dat het werken op de wachtpost invloed heeft op het antibioticavoorschrijfgedrag van de huisarts. De specifieke context van de wachtpost verschilt van de eigen praktijk door eerste en eenmalige contacten met de patiënt, tijdsdruk, het gevoel een andere professionele rol/identiteit te hebben, het ontbreken van follow-up, enzovoort. De meeste huisartsen hebben het gevoel dat hun drempel om voor te schrijven daardoor daalt.

De meest voorkomende reden om de huisartsenwachtpost te contacteren is een infectie. De meeste patiënten met een infectie die zich hier aanbieden, zullen spontaan genezen. Op de wachtpost voelen artsen zich echter in een andere professionele rol dan in hun eigen praktijk.

Migratie is wereldwijd een groeiend fenomeen. Een op vijf inwoners van de huidige Belgische bevolking is geboren met een vreemde nationaliteit. Elf procent is vreemdeling en negen procent buitenlander die Belg geworden is. Bijgevolg is het niet vanzelfsprekend dat elke patiënt in de wachtzaal onze taal beheerst. De taalbarrière die zo ontstaat tussen artsen en patiënten, kan communicatieproblemen met zich meebrengen en zo het klinisch werk ernstig bemoeilijken.

Antibioticaresistentie is een toenemend probleem als gevolg van het onnodig en suboptimaal voorschrijven van antibiotica. Het grootste aandeel antibiotica wordt voorgeschreven in de eerste lijn. Ondanks alle inspanningen van de laatste twee decennia blijft België één van de koplopers in Europa wat het gebruik van antibiotica betreft.

Door het toenemend aantal patiënten met complexe aandoeningen wordt de complementaire rol tussen ziekenhuiszorg en eerstelijnszorg steeds belangrijker. De huidige aanbevelingen roepen dan ook op om studenten geneeskunde meer in contact te brengen met de eerstelijnszorg en in het bijzonder met de huisartsgeneeskunde als belangrijkste medische eerstelijnsdiscipline. Een stage huisartsgeneeskunde tijdens de bachelorjaren zorgt voor een vroegtijdig contact met patiënten. Zo maken studenten kennis met de arts-patiëntrelatie en de invloed van ziekte op familie. Bovendien is het een gelegenheid om...