Menu

Een persoon met hartfalen is een archetype voor de chronische patiënt. In België worden jaarlijks meer dan 15 000 patiënten gediagnosticeerd, van wie een kwart overlijdt binnen het jaar na diagnose. Ongeveer 1-2% van het jaarlijkse budget voor gezondheidszorg gaat naar patiënten met hartfalen, vooral omwille van frequente (her)opnames.

Chronisch hartfalen is een belangrijk probleem omwille van de vergrijzende populatie, de impact op de kwaliteit van leven, de herhaaldelijke ziekenhuisopnames en de hoge mortaliteit. Het is bekend dat een multidisciplinair zorgprogramma met opvolging door gespecialiseerde hartfalenverpleegkundigen de sterfte doet dalen, hartfalenhospitalisaties vermindert en de levenskwaliteit verbetert.

Hartfalen is een belangrijk probleem. Ten eerste door de hoge prevalentie van de aandoening: 10-20% van de patiënten tussen de 70 en 80 jaar lijdt aan hartfalen.1 Ten tweede door de grote impact op de kwaliteit van leven: draaglast van symptomen, herhaaldelijke ziekenhuisopnames en verhoogd risico op overlijden.1 Ten derde door de hoge gezondheidskosten, vooral ten gevolge van frequente ziekenhuisopnames (1-2% van het Riziv-budget).

Hartfalen is een progressieve chronische aandoening die wereldwijd en in België een belangrijk en toenemend gezondheidsprobleem vormt. Volgens de meest recente cijfers van het Agentschap Zorg en Gezondheid bedraagt de prevalentie in onze populatie ongeveer 1%. Hartfalen is ook geassocieerd met een belangrijke mortaliteit en elke hospitalisatie doet dit risico nog verder toenemen. Factoren die bijdragen aan de ziekenhuisopnames, zijn onder andere het falen van therapietrouw, het niet tijdig herkennen van alarmsignalen en het niet naleven van preventieve maatregelen. Deze opnames zijn niet enkel...

Inleiding Voorkamerfibrillatie (VKF) is geassocieerd met een hogere mortaliteit en hospitalisatiegraad.1 Het risico op cerebrovasculair accident (CVA) is vijfmaal verhoogd en het risico op congestief hartfalen is driemaal verhoogd.2 De huidige richtlijnen richten zich op de preventie van CVA enerzijds en het anticiperen op het verhoogde bloedingsrisico bij anticoagulatie anderzijds.1 Het risico op CVA en het bloedingsrisico door anticoagulatie kan respectievelijk worden ingeschat met de CHA2DS2-VASc-score en de HAS-BLED score.1,3-5 De richtlijnen adviseren enerzijds ‘truly low-risk’ patiënten...

Voorkamerfibrillatie (VKF) is na extrasystole de meest voorkomende hartritmestoornis. Eén zesde van de CVA's treedt op bij patiënten met VKF. Doordat een derde van de VKF-patiënten asymptomatisch is of doordat de symptomen niet onderkend worden, wordt de ziekte vaak pas gediagnosticeerd naar aanleiding van een CVA. In totaal treedt 45% van alle CVA’s door VKF op bij patiënten met ongekende VKF. VKF evolueert van een eerste aanval, naar intermittent (aanval duurt >48 uur en 7 dagen). Tot nu toe adviseren de richtlijnen opportunistische screening: bij alle 65-plussers waarbij men de bloeddruk...

De prevalentie van chronische nierinsufficiëntie (CNI) neemt toe met het ouder worden, tot ongeveer 10% op de leeftijd van 65 jaar en tot 60% bij personen van 80 jaar en ouder. CNI en vooral het eindstadium van de nierziekte (ESNZ) worden erkend als een belangrijk probleem voor de volksgezondheid. De kosten per patiënt in dialyse lopen per jaar op tot meer dan 50 000 euro en er wordt meer dan 1% van het Belgische gezondheidszorgbudget aangewend om deze kosten te dekken. Daarnaast verhoogt CNI het risico op cardiovasculaire events en mortaliteit. Bovendien kunnen veel medicijnen niet worden...

Zorgmanagement bij patiënten met verschillende chronische aandoeningen is één van de belangrijkste uitdagingen binnen de gezondheidszorg. Maar wat is multimorbiditeit juist en hoe kan men dit meten? En wat is de rol van de huisarts in deze complexe zorg?

Voorkamerfibrillatie is na extrasystole de meest voorkomende hartritmestoornis. De prevalentie van voorkamerfibrillatie neemt toe met de leeftijd: meer dan drie kwart van de patiënten met voorkamerfibrillatie is ouder dan 65 jaar. Op dit moment lijden meer dan 8,8 miljoen volwassenen in de Europese Unie aan voorkamerfibrillatie. Dit aantal wordt verwacht te verdubbelen in de volgende 50 jaar door de veroudering van onze populatie.

Trombo-embolieën vormen een relatief frequent voorkomend gezondheidsprobleem. Veneuze trombo-embolieën, meer bepaald diepe veneuze trombose en longembolieën, kennen een incidentie van 1 op 1000 patiënten per jaar. Voorkamerfibrillatie is de meest voorkomende cardiale aritmie: de prevalentie ervan wordt geschat op 1-5% en neemt toe met de leeftijd.