Menu

In het nieuwe boek ‘Klinisch redeneren: van model naar competentie’ schrijft Jef Van den Ende zoals hij is: begeesterend, inspirerend, uitdagend. Bijna twintig jaar geleden leerde ik via Jef Van den Ende en Rudi Bruyninckx het begrip ‘drempels’ kennen. Dat het niet altijd nodig was om 100% zeker te zijn van een diagnose duurde even voor dat echt volledig doordrong. Meer zelfs, dat het streven naar te veel zekerheid schadelijk kon zijn voor de patiënt en voor het systeem, was voor mij toen ronduit een eyeopener.

Huisartsen moeten bij een ziek kind altijd bedacht zijn op alarmsignalen voor ernstige infecties, maar zullen nooit al deze infecties tijdig signaleren. Klinische tests, in welke combinatie ook, zijn bovendien tamelijk slecht in staat om een ernstige infectie effectief uit te sluiten. Een goede vangnetstrategie is daarom noodzakelijk, met inschakeling van de ouders.

Volgens deze studie, uitgevoerd met gegevens van het Belgische peilpraktijkennetwerk, wordt de verwijzingsgraad voor patiënten met pijn op de borst beïnvloed door de initiële diagnose en door de zekerheidsgraad van deze initiële diagnose. Is de huisarts onzeker over zijn diagnose, dan stijgt het aantal verwijzingen in alle ziektecategorieën van initiële diagnosen.

Bij patiënten met pijn op de borst moet de huisarts beslissen of hij verwijst eerder dan een specifieke diagnose te stellen van een acuut coronair syndroom. Deze studie suggereert dat huisartsen geloven dat zij niet uitsluitend de ‘klassieke’ tekens en symptomen gebruiken bij dit beslissingsproces. Ook achtergrondinformatie over de patiënt, de persoonlijke opinies van de huisarts en zijn ‘pluis/niet-pluis’-gevoel spelen een belangrijke rol.

Ernstige infecties bij kinderen (sepsis, meningitis, pneumonie, pyelonefritis, osteomyelitis en cellulitis) veroorzaken een belangrijke mortaliteit en morbiditeit. In deze prospectieve studie in de eerste lijn werd de diagnostische waarde van de klinische symptomen en tekens onderzocht en een multivariabel triage-instrument ontwikkeld.

In dit tweede artikel over de kwaliteitszorg in de huisartsgeneeskunde wordt een Europees instrument voorgesteld waarbij de huisartsenpraktijk zelf het middelpunt van kwaliteitsverbetering is. Dit instrument, EPA, werd in 37 huisartsenpraktijken in België getest. De deelnemers waren enthousiast, omdat ze snel veel te weten kwamen over de werking van hun praktijk en ook omdat ze zich met andere praktijken konden vergelijken. Voor een ruimere toepassing van EPA in de Belgische context is er wel nood aan meer coaching en infrastructuur.

Wat is de incidentie van hersentrauma’s in de huisartsenpraktijk? Hoe ernstig zijn ze, spelen leeftijd en geslacht een rol? En zijn er seizoensverschillen? Volgens de gegevens van de Intego-databank worden in de huisartsenpraktijk vooral milde hersentrauma’s gezien en dit hoofdzakelijk bij jongvolwassen mannen. Een relatief hoge incidentie van ernstige hersenletsels werd meer bij jonge kinderen vastgesteld.

'Indrukwekkend', zo kwalificeert Dirk Avonts het proefschrift van Ann Van den Bruel over het in de eerste lijn signaleren van ernstige infecties bij kinderen in Vlaanderen. Op zijn twee bedenkingen, namelijk te ruraal en te westers gekleurd, vroegen wij de onderzoekster zelf te reageren. En dat deed ze uitgebreid en 'to the point'.

Ernstige infecties bij jonge kinderen zijn moeilijk te onderscheiden van de vele acute infecties die zich in de huisartsenpraktijk presenteren. Deze studie onderzocht het verband tussen leeftijd en incidentie van ernstige infecties bij kinderen, waar tot dusver vooral gegevens bestonden over incidenties in ziekenhuissettings. Onderzocht werden de Integodatabankgegevens uit de periode 1998-2002, hetgeen overeenkomt met een jaarlijkse contactgroep van meer dan 4 500 patiënten tussen 0 en 14 jaar. Hetzelfde voor huisartsen zo belangrijke thema wordt ook behandeld in het proefschrift van Ann Van...